Badr Hari mag zolang het hoger beroep in zijn zaak loopt, op vrije voeten blijven. 

Dat oordeelt het gerechtshof in Amsterdam vrijdag.

Het Openbaar Ministerie (OM) vroeg het hof eerder deze week om de kickbokser direct weer in voorlopige hechtenis te nemen. Dit uit angst dat hij naar zijn huidige woonplaats Marrakech zou vluchten.

Hari's advocaat Benedicte Ficq noemde dat verzoek vrijdag belachelijk. De dertigjarige Amsterdammer, die wordt verdacht van meerdere mishandelingen in het uitgaansleven, zou het nooit in zijn hoofd halen om zijn strafzaak en zijn sportieve carrière zo te frustreren.

Ze betoogde dat Hari 'extreem veel' bindingen heeft met Nederland, zoals zijn familie en zijn dochter die hij regelmatig bezoekt. ''Hij is nu tweeënhalf jaar op vrije voeten. Waarom nu ineens verzoeken de schorsing van zijn voorlopige hechtenis op te heffen?"

Onvoldoende redenen

Het hof oordeelde uiteindelijk dat de aanklager onvoldoende redenen had aangedragen om Hari inderdaad weer vast te zetten.

De bekende sportvechter werd begin vorig jaar door de rechtbank veroordeeld tot anderhalf jaar cel, waarvan een halfjaar voorwaardelijk. Het OM wil hem drie jaar achter de tralies zien. Zolang het beroep in de zaak loopt, is de voorlopige hechtenis van Hari onder voorwaarden geschorst. Dat blijft nu dus het geval, tot het hof op 29 oktober uitspraak doet.