Paul McCartney is dankbaar voor de herstelde vriendschap met zijn oud-collega John Lennon, die in 1980 vermoord werd.

Dat zegt hij in gesprek met The Jonathan Ross Show, schrijft People.

Het is deze maandag 34 jaar geleden dat de voormalige zanger van The Beatles op veertigjarige leeftijd doodgeschoten werd door Mark David Chapman. De moordenaar was jarenlang een Beatles-fan en in het bijzonder van Lennon, maar na een zenuwinzinking raakte hij geobsedeerd door Lennon.

In 1980 waren The Beatles al een tijdje uit elkaar. "Het verhaal over dat we door ruzie uit elkaar zijn gegaan, is waar", laat McCartney weten. "Dat was eigenlijk niet het belangrijkste, het ging vooral om affectie voor elkaar."

Goede vrienden

McCartney en Lennon hebben voor de dood van laatstgenoemde de vriendschap hersteld. "Het zou echt vreselijk zijn als onze geweldige relatie verbroken was en hij vervolgens vermoord werd. Het is fijn dat we het nog daarvoor met elkaar hebben goedgemaakt. We waren goede vrienden."

De zanger van The Beatles kon de dood van Lennon niet geloven. "Ik dacht dagenlang dat hij niet weg was", vervolgt McCartney. "Het was een enorme shock. Ik was thuis en toen kreeg ik een telefoontje. Vreselijk was het."

Mark David Chapman

Voor Chapman heeft de zanger geen goed woord. "Hij is de eikel der eikels. Het was niet eens een politieke moord, maar juist een hele willekeurige. Hij is gewoon een eikel." De moordenaar van Lennon zit nog altijd vast. In 2016 komt hij in aanmerking voor een mogelijke vrijlating.

Bekijk het gesprek: