ROERMOND - De politierechter in Roermond heeft het Openbaar Ministerie (OM) dinsdag niet-ontvankelijk verklaard in de strafzaak tegen voormalig formule 1-coureur Jos Verstappen.

Het OM beschuldigde Verstappen uiteindelijk van vernieling en daarvoor had het hem eerst een transactie moeten aanbieden in plaats van de zaak direct voor de rechter te brengen. Dat is niet gebeurd, aldus een woordvoerster van de rechtbank in Roermond.

Aanvankelijk werd Verstappen mishandeling en poging tot doodslag ten laste gelegd, maar die aanklachten liet het OM vallen.

Verstappen zou twee telefoons, sieraden en een handtas van zijn vriendin hebben vernield. Het Openbaar Ministerie (OM) had een korte gevangenisstraf en een voorwaardelijke werkstraf van 20 uur geëist.

Justitie dacht dat hij in januari met opzet met een auto op zijn toenmalige ex-vriendin is ingereden. De vrouw raakte daardoor lichtgewond.

In strijd

Volgens de rechtbank heeft het OM gehandeld in strijd met zijn eigen richtlijnen door Verstappen niet eerst een boete aan te bieden.

Verstappens advocaat Geert Jan Knoops liet weten dat zijn cliënt opgelucht is door de uitspraak van de politierechter. Verder hoopt de raadsman dat het OM een streep onder de zaak zet. Volgens de rechtbankwoordvoerster kan het OM alsnog een transactie aanbieden.