AMSTERDAM - Bruce Springsteen wilde begin jaren tachtig een einde aan zijn leven maken. 

"Hij was suïcidaal", vertelt Springsteens goede vriend en biograaf Dave Marsh in het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker.

'The Boss' was volgens Marsh depressief rond de afronding van zijn zesde album Nebraska, in 1982. "De depressie was niet per se schokkend", herinnert de biograaf. "Hij ging als een speer van niets naar iets, zijn kont werd dag en nacht gekust. Dan is het niet gek dat je innerlijke conflicten over je eigenwaarde hebt."

Drugsverslaafde

Springsteen klopte in 1982 aan bij een psychotherapeut, die hem sindsdien bijstaat. Uit de sessies bleek dat de inmiddels 62-jarige zanger zijn moeilijke jeugd niet had verwerkt. "Mijn problemen waren niet zo duidelijk als die van een drugsverslaafde", blikt The Boss terug. "Mijn problemen waren anders, minder opvallend. Net zo erg, maar minder duidelijk aanwezig."

Dankzij de therapie leerde Springsteen beter omgaan met zijn roem. "Aan de ene kant vind je jezelf, maar tegelijkertijd raak je jezelf ook kwijt", zegt The Boss over de destructieve kant van beroemd-zijn.