AMSTERDAM – Presentator Sebastiaan Labrie (38) is met de jaren een stuk rustiger geworden. Zowel in uiterlijk als in zijn gedrag.

Dat vertelt hij in een openhartig interview met Flair.

"Ik geloof heel erg in verbintenis en niet in vreemdgaan", aldus de presentator. "Ik heb het vroeger weleens gedaan natuurlijk, ik ben niet heilig. Ik hou ontzettend van vrouwen. Dat klinkt een beetje porno, maar ik vind vrouwen fantastisch.”

Labrie zou wat hij met zijn huidige vriendin heeft opgebouwd echter nooit opgeven voor een one-night-stand.

“Ik heb nu een supervrouw. Wat ik met haar heb opgebouwd, kan never nooit niet ingelost worden door een meisje dat ik fantastisch neuk voor een avond. Nooit.”

Samen

De presentator zoekt zijn seksueel vertier tegenwoordig liever samen met zijn vriendin dan alleen.

“Dan gaan mijn meisje en ik liever op zoek naar een leuke vrouw voor mij of een gozer voor haar waarmee we dan samen kunnen klooien. Zo haal ik liever m’n lol, dan dat ik buiten de deur ga neuken. Dat zou een ontzettende deuk brengen in wat we samen hebben.”

Als Labries vriendin vreemd zou gaan dan zou dat voor hem niet meteen einde oefening betekenen. “Dat zal pijn doen, maar dan schop ik haar echt de deur niet uit. Daarvoor hebben we te veel meegemaakt.”

“En als ze plotseling zes gasten er doorduwt in een week, tja, dan heeft ze misschien een gekke week. Daar maak ik me niet zo druk om. Ik weet wat mijn hart me zegt over mijn vriendin en van mij mag ze fouten maken. Ik ben er trots op dat ik niet vreemdga.”

Metroseksueel

Labrie is naar eigen zeggen een echte metroseksueel. “Dat was ik al voordat het hip was en ook nu het weer afgeserveerd is. Ik ben een gevoelsdier, praat ook graag over gevoelens."

"Ik wil af en toe gewoon dat mijn probleem gehoord wordt. Maar ik kan ook een onwijs mannetje zijn en ben een ontzettend haantje-de-voorste.”

Die zachte kant komt tegenwoordig ook naar voren in het uiterlijk van Labrie. “Qua uiterlijk ben ik in de loop der jaren wel rustiger, meer casual geworden. Make-up, rokken en dat soort gekkigheid doe ik nu veel minder.”