AMSTERDAM - Cabaretier Hans Dorrestijn nam zondagavond in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam afscheid van de bühne. In aanwezigheid van vele collega-artiesten zette hij een punt achter zijn carrière als grappenmaker.

De 68-jarige Dorrestijn heeft naar zijn smaak lang genoeg getoerd langs de grote schouwburgen. Hij zal zo nu en dan nog wel eens optreden, maar gaat niet meer met een eigen toernee de theaters in.

Hij gaat zich vooral wijden aan het schrijven van boeken. In 2007 had hij veel succes met Dorrestijns Vogelgids. Als schrijver zal hij soms op het podium klimmen voor lezingen of diashows.

Ruïnes

Dorrestijn speelde met zijn vaste pianist Martin van Dijk in Carré een verkorte versie van zijn voorstelling Ruïnes. Daarna bracht hij nog eens het beste uit zijn programma's Cirkels en Het Naakte Bestaan. Na de pauze trakteerde de cabaretier zijn fans op de Best of Dorrestijn, met een aantal hoogtepunten uit zijn omvangrijke oeuvre. Hij zong Nooit, Nooit, Nooit, Neem ik een Hond en Ging Ome Jan maar Dood.

"Zo is het wel genoeg", zei Dorrestijn tijdens de voorstelling. "Waar de droevigheid eindigt, is er geen reden voor treuren." Hij vindt dat hij de afgelopen 35 jaar heeft gezorgd voor een mentaliteitsverandering. "Nederland is gelukkig lang zo vrolijk niet meer. Vaarwel, vaarwel mensen, het ga jullie goed."

Hommage

Collega's uit het vak brachten een hommage aan de cabaretier, die vooral opvalt door zijn typische zwartgallige stijl. Onder anderen Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten, Mini & Maxi, Don Quishocking en Dominee Gremdaat luisterden het feest op.

Daphne Bunskoek, die de avond presenteerde, zong samen met Katja Schuurman Dorrestijns Jagerslied en Katja zong ook nog een duet met het feestvarken.

Dorrestijn ontving in 2004 een Gouden Harp voor zijn hele oeuvre. Sinds 1973 heeft hij vijftien theaterprogramma's gemaakt.

Afscheid Dorrenstijn