DEN HAAG - Het weer op de verkiezingsdag woensdag kan van beslissende invloed zijn op de vraag wie als grootste partij uit de stembus komt.

Die mogelijkheid signaleert althans onderzoeker Manfred te Grotenhuis van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

De voorspelde kille en regenachtige dag van woensdag kan volgens de wetenschapper 1 à 1,5procent van de kiezers thuis houden, net genoeg voor een verschil van 1 á 2 zetels in de stembusuitslag.

En dat kan mede bepalen wie in het Torentje terecht komt: Diederik Samsom (PvdA) of Mark Rutte (VVD). Aan beiden wordt door de voornaamste kiezersonderzoekers 35 Kamerzetels toegedicht.

Nek-aan-nekrace

Te Grotenhuis deed vorig jaar onderzoek naar de invloeden van het weer op verkiezingsuitslagen. Toen luidde de conclusie dat het weer slechts van beperkte invloed is op de zetelverdeling.

Maar bij de huidige nek-aan-nekrace van morgen kan dat anders komen te liggen. ''Wanneer er lokaal 5 centimeter regen zou vallen, is dat nadelig voor de PvdA en kan die partij een zetel verliezen. Dan moet het wel plenzen", zegt Te Grotenhuis.

"De VVD heeft daar geen last van, zo blijkt uit onze analyses. En het CDA heeft het meeste voordeel bij dat weertype, want dat zijn meestal trouwe stemmers."

Over de invloed van het weer op verkiezingsdag bestaan echter bijna net zo veel meningen als politieke partijen in Nederland.

Overschat

Onderzoeksdirecteur Marianne Bank van Ipsos Synovate zegt dat "de invloed van het weer op de verkiezingsuitslag wordt overschat". Zij zegt het in haar 25-jarige loopbaan nog nooit te hebben meegemaakt dat regen of zonneschijn de doorslag hebben gegeven in de verkiezingen.

''Bij de exitpolls hebben we nooit gezien dat het een factor was in de opkomst’’, zegt Bank. ''De opkomst wordt vooral bepaald door andere factoren. Zo bleven in 2010 bijvoorbeeld veel CDA-stemmers teleurgesteld thuis omdat ze ontevreden waren over hun partij, maar dat kwam niet door het weer."

Opkomst

Het opkomstpercentage voor Tweede Kamerverkiezingen schommelt in de voorbije vijf verkiezingen van de afgelopen tien jaar tussen de 70 en 80 procent.

Tijdens de laatste verkiezingen (9 juni 2010) was het bewolkte met soms wat lichte regen. Opkomst: 75,4 procent. In 2006 (22 november) werd het op een herfstachtige dag slechts 9,2 graden en regende het ook, maar toen kwamen 5 procent meer stemmers opdagen.

Bij de verkiezingen van 22 januari 2003 was het eveneens bewolkt en regenachtig. Opkomst: 79 procent. En op 15 mei 2002, een week na de moord op Pim Fortuyn, was het zonnig en droog bij een temperatuur van ruim 20 graden. Opkomst: 79,9 procent.

Doorslag

De Leidse hoogleraar Joop Van Holsteijn stelt dat het weer bij een nek-aan-nekrace, zoals nu tussen Rutte en Samsom, wel degelijk de doorslag kan geven.

Hij verwijst in een wetenschappelijk artikel (IJs en weder dienende) naar Amerikaans onderzoek, dat aantoont aan dat het weer belangrijk is voor "de opkomst bij verkiezingen en daarmee de uitslag, en in geval van een nek-aan-nekrace kan het weer de bepalende factor zijn".

VS

Zo vraagt hij zich af wat er in 1960 gebeurd zou kunnen zijn bij zware sneeuwval en regen, toen John F. Kennedy met miniem verschil Richard Nixon aftroefde in de presidentsverkiezingen. Want slecht weer houdt meer Democraten dan Republikeinen thuis, is in de Verenigde Staten de stelregel.

Het regende volgens Van Holsteijn in 2000 in Florida, waardoor George W. Bush in die staat net iets meer kiezers trok dan Democraat Al Gore.

''Gedegen wetenschappelijk onderzoek steunt het idee dat het weer wel degelijk aantoonbare invloed heeft op electoraal gedrag, de opkomst in het bijzonder", stelt Van Holsteijn.

Alles over de verkiezingen in ons dossier

Meer over partijen en politici op NUpubliek