RIJSWIJK - De kans dat iemand met voorkeursstemmen in de Tweede Kamer komt, is uiterst klein. Tijdens de afgelopen vijf verkiezingen slaagden slechts acht mensen erin om via voorkeursstemmen een zetel te bemachtigen.

Een voorkeursstem is een stem die bij een verkiezing wordt uitgebracht op een andere kandidaat dan de lijsttrekker.

Een kandidaat wordt met voorkeursstemmen gekozen als hij minstens 25 procent van de kiesdeler aan stemmen heeft gehaald en als de laagstgeplaatste kandidaat van dezelfde partij die een zetel zou krijgen minder voorkeursstemmen heeft.

De kiesdeler is het aantal stemmen dat nodig is om een zetel te behalen, oftewel het totaal aantal stemmen gedeeld door 150 Kamerzetels. De afgelopen jaren schommelt de kiesdeler meestal zo rond de 60.000.

Overigens gold tot aan 1998 dat een kandidaat liefst de helft van de kiesdeler moest halen. Vandaar dat voor die tijd slechts drie mensen slaagden in hun jacht naar een zetel vanaf een onverkiesbare plek.

Theo Joekes

De meest opvallende van die drie is Theo Joekes (VVD), die in 1986 liefst 250.000 stemmen wist te vergaren. De anderen zijn KPV'ers Dolf Hutschemaekers, die in 1972 27.900 stemmen scoorde, en Karel van Rijckevorsel die in 1956 ongeveer 91.000 stemmen haalde.

In 2010 wisten Sabine Uitslag (CDA, 15.933 stemmen) en Pia Dijkstra (D66, 15.705 stemmen) het pluche te betreden met behulp van voorkeursstemmen.

Tijdens de verkiezingen van 1998, 2002, 2003 en 2006 werden zij voorafgegaan door Camiel Eurlings (CDA), Annie Schreijer-Pierik (CDA), Tineke Huizinga-Heringa (CU, 2 keer), Hilbrand Nawijn (LPF) en Fatma Koşer Kaya (D66).