RIJSWIJK - Bijzonderheden tussen de cijfers van Nationale Kiezersonderzoeken van de afgelopen 40 jaar.

Meest opvallend aan de cijfers van Nationale Kiezersonderzoeken van de afgelopen 40 jaar is dat het kiezersbestand van de Democraten flink vergrijst. Waren in de jaren 70, 80 en begin jaren 90 de kiezers nog rond de 35 jaar oud, inmiddels is dat met rasse schreden opgelopen naar rond de 50 jaar.

Ook zijn er steeds meer alleenstaanden op de partij gaan stemmen. De toename van het aantal singles dat op D66 stemde, begon in de jaren 80; sindsdien woont een kwart van de kiezers alleen. Desalniettemin weten zij toch nog een bovengemiddeld inkomen te genereren per huishouden.

VVD

Het kiezersbestand van de VVD is door de jaren heen wel ontdaan van een paar opvallende uitschieters. Zo was in de jaren 90 zeker een kwart van de kiezers single, maar tegenwoordig is dat nog maar één op de acht. De VVD moet het tegenwoordig meer hebben van stellen en gezinnen.

Ook de woonlocatie van de VVD-kiezer is veranderd. In de jaren 80 en 90 waren de mensen die in gemiddeld verstedelijkte gebieden woonden oververtegenwoordigd, maar tegenwoordig zitten de kiezers vrij netjes verdeeld over grote steden en plattelandsgebieden.

GroenLinks

GroenLinks is vooral een vrouwenpartij. De aantallen fluctueren licht, maar gemiddeld stemt bijna 19 procent meer vrouwen op de partij dan mannen.

Qua inkomen is er geen peil te trekken op de GroenLinksstemmer. Mensen met een laag, gemiddeld en hoog inkomen weten de partij te vinden.

PvdA

Zeer opvallend is de kentering in het opleidingsniveau van de PvdA-stemmer. Die was in de jaren 70 en aan het begin van de jaren 80 nog laagopgeleid, met vooral mensen die alleen de basisschool hadden gedaan of hooguit een opleiding vergelijkbaar met het vmbo.

Sinds de millenniumwisseling maakt die groep nog maar ruim 20 procent uit van de kiezers, terwijl de hoogopgeleiden de overhand nemen met 60 procent van de stemmen.

CDA

Wat opvalt is dat het aantal rooms-katholieken dat op het CDA stemt, zienderogen afneemt. Begin jaren 80 hing zo’n 60 procent van de kiezers dit geloof aan. Na een vrij gestage daling maken zij nu iets minder dan de helft van de stemmers uit.

Het aantal calvinisten en Nederlands-hervormde kiezers bleef stabiel schommelen rond de 20 procent per geloofsgroep.

Alles over de verkiezingen