Toen Alexander Pechtold in 2006 lijsttrekker van D66 werd, stond hij voor een weinig benijdenswaardige taak.

Zijn partij was door de samenwerking in een regeringscoalitie met CDA en VVD onder Jan Peter Balkenende in een diep dal beland. Bij de verkiezingen in november dat jaar hield de partij slechts 3 van haar 6 zetels over. Het was het slechtste resultaat van de partij bij Tweede Kamerverkiezingen sinds haar oprichting in 1966.

Daarna ging het echter onder Pechtold gestaag omhoog. Volgens de peilingen zouden de sociaal-liberalen bij de verkiezingen van 12 september rond 15 zetels kunnen halen, vijf meer dan nu.

De partijleider die naar Den Haag kwam met het vaste voornemen vastgeroeste Haagse rituelen aan de kaak te stellen, is inmiddels zelf een vast onderdeel van de Haagse politiek.

Zijn gegroeide zelfbewustzijn blijkt er ook uit dat hij zichzelf als kandidaat voor het premierschap heeft gepresenteerd. Eerder achtte hij partijprominenten als oud-minister Hans Wijers en Alexander Rinnooy Kan beter geschikt.

Optimisme

Oud-Tweede Kamerlid Bert Bakker denkt dat de oud-partijvoorzitter en oud-burgemeester van Wageningen zijn succes mede te danken heeft aan zijn ''onvermoeibaar optimisme'' en zijn sterke optredens in debatten.

Om zoals Pechtold in het ideaal van een verenigd Europa te blijven geloven, moet je wel optimistisch zijn, ''hoewel iedereen beseft dat er geen alternatief is''. Ook heeft Pechtold zijn populariteit eraan te danken dat hij de tegenpool van Geert Wilders is geworden.

Tegenover de PVV-leider blijft hij de positieve kanten van de integratie benadrukken en houdt hij de reputatie van D66 als liberale partij die mensen zo veel mogelijk hun eigen keuzes laat maken, hoog.

Twee vleugels

Bakker meent dat Pechtold nog op een andere wijze zijn partij zeer heeft gediend. Van oudsher zijn er binnen D66 twee vleugels: een links-liberale stroming die binnen een geordende markteconomie opkomt voor de individuele vrijheid, en een bestuurlijke stroming die nadruk legt op bestuurlijke vernieuwing, zoals invoering van het referendum en de gekozen burgemeester.

Pechtold werd gezien als vertegenwoordiger van de laatste richting, maar heeft beide stromingen in zich weten te verenigen.

Hij legt de nadruk op beter onderwijs en hervormingen van de arbeidsmarkt en heeft de zogeheten kroonjuwelen, de voorstellen voor vernieuwing van het openbaar bestuur, ''op zolder gezet'', maar ze kunnen elk moment weer te voorschijn worden gehaald.

Kunstgeschiedenis

De in Delft geboren Pechtold (46) leek aanvankelijk niet voorbestemd voor de politiek. Hij studeerde kunstgeschiedenis en archeologie in Leiden en was 5 jaar veilingmeester bij Van Stockum in Den Haag.

Ondertussen was hij echter actief geworden in de Leidse politiek, als assistent van de Leidse D66-fractie. Pechtold werd in 1994 lid van de gemeenteraad en was van 1997 tot 2003 wethouder van de stad met de oudste universiteit van Nederland. In 2002 werd hij partijvoorzitter.

Die functie combineerde hij sinds 2003 met het burgemeesterschap van een andere universiteitsstad, Wageningen.

Minister

Anderhalf jaar later, op 31 maart 2005, volgde Pechtold Thom de Graaf op als minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties in het kabinet-Balkenende 2.

De Graaf was afgetreden, nadat zijn wetsvoorstel voor de gekozen burgemeester in de Eerste Kamer niet de benodigde tweederde meerderheid had behaald.