Nederlands team redde twaalf levens in Turkije: 'Vreugde vaak van korte duur'
Het Nederlandse Urban Search and Rescue Team (USAR) komt maandag terug na een week helpen in Turkije. In die tijd wist het team twaalf mensen levend onder het puin vandaan te halen. NU.nl-verslaggever Nick Augusteijn zocht hen afgelopen week op in het basiskamp aan de rand van de stad Antakya.
"Het is allemaal heel dubbel", zegt ploegleider Martin Evers in Antakya in de Turkse provincie Hatay. "Het is nu al onze succesvolste operatie, maar we voeren doorlopend slechtnieuwsgesprekken."
Evers waarschuwt alvast dat het een ramp is op de schaal van de aardbeving in Pakistan van 2005, waarbij ongeveer 70.000 mensen omkwamen, of de beving in Haïti in 2010, toen tot wel 220.000 inwoners het leven lieten.
Op dat moment stond de teller voor USAR in Hatay op elf geredde mensen. "Daarmee is het onze succesvolste operatie, maar we hebben ook al heel veel slechtnieuwsgesprekken met de inwoners moeten voeren." Vrijdag werd bekend dat het team na liefst 106 uur een jongen van acht had gered.
Evers en zijn team moeten meer dan eens lastige afwegingen maken. | Beeld: NU.nl / Nick Augusteijn'Iemand van water voorzien, is ook levensreddend'
Dat is het lot van reddingswerkers in dergelijke situaties. Want iemand onder het puin lokaliseren is wat anders dan er daadwerkelijk bij komen.
"In bepaalde gevallen weet je dat het misschien wel twee dagen gaat duren om bij iemand te komen", zegt Evers. "Of dat je eerst een heel gebouw moet veiligstellen, voordat je aan de slag kunt. Dan moet je een enorm lastige afweging maken, want als je ergens anders aan de slag gaat, dan stuit je misschien wel op iemand die goed bereikbaar is."
Er waren ook personen die weliswaar niet direct uit het puin gehaald konden worden, maar die wel bereikbaar waren. "Die konden we voorzien van thee en water. Ook dat is op zo'n moment een levensreddende operatie."
Reddingsmedaille met twee kanten
Toch is de vreugde om een redding vaak van korte duur. "Het is een medaille met twee kanten", zegt Evers. "Je oefent en traint voor dergelijke momenten, maar de blijdschap staat in schril contrast met het lijden dat je om je heen ziet."
De reddingswerkers - voor de klus in Turkije 63 personen verdeeld over vier teams - krijgen meer dan eens met pijn en verdriet te maken. Dat de medewerkers bijna allemaal een achtergrond hebben in de hulpverlening, maakt de impact van de verschrikkingen er niet minder op.
"Als we terug in het basiskamp zijn, praten we er met elkaar over", zegt Evers. "Daarnaast is er een debriefing en zijn er een-op-eengesprekken. Voordat iedereen in Nederland naar huis gaat, wisselen we met alle USAR-leden ervaringen uit."
Het basiskamp van USAR. | Beeld: NU.nl / Nick AugusteijnLijden krijgt een gezicht
Bij de inzet van USAR zijn ruim zestig medewerkers betrokken, maar er kan geput worden uit een personeelsbestand van ongeveer 145 mensen. Dat betekent dat niet iedereen bij dezelfde operatie betrokken is. Toch komen ze na afloop allemaal bij elkaar.
"We vinden het belangrijk om de ervaringen van de reddingsgroepen met iedereen te delen, niet alleen met hetzelfde clubje. Zo behouden we ons teamgevoel", legt Evers uit.
Omdat hij weer aan de slag moet, vraag ik hem nog snel even naar wat hem het meeste is bijgebleven. Het is een familieportret bij een berg puin waar ooit een gebouw stond.
"Het was daar door omwonenden geplaatst als een gedenkteken aan de mensen die daar woonden. Dat gaf het lijden een gezicht. Uiteindelijk zijn wij als reddingsteam ook maar mensen die medemensen helpen. Maar juist die medemensen zijn alles verloren. Dat gaat je voorstellingsvermogen soms te boven."


