In Ierland is zondag de oudste veteraan van de Nederlandse luchtmacht overleden. Oud-oorlogsvlieger Jan Linzel was de laatste nog levende jachtvlieger die in de meidagen van 1940 meestreed tegen de Duitse luchtmacht.

Linzel was 103 jaar oud. Dat meldt het ministerie van Defensie.

Voor zijn inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de oud-vlieger diverse onderscheidingen. Naast vier Britse onderscheidingen ontving hij onder meer het Oorlogsherinneringskruis met twee gespen en het Vliegerkruis.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was Linzel geplaatst bij een van de Jachtvliegtuigafdelingen die waren uitgerust met Fokker D-21-jachtvliegtuigen.

Ypenburg

Bij het uitbreken van de vijandelijkheden op 10 mei 1940 bevond hij zich als reserve sergeant-vlieger op het vliegveld Ypenburg, dat in alle vroegte ten prooi viel aan een grootscheepse Duitse luchtaanval met bombardementen en luchtlandingen.

Tijdens de aanval raakte Linzel gewond en werd hij opgenomen in het hospitaal. Na de capitulatie vluchtte hij naar Engeland, waar hij zijn vliegerloopbaan hervatte bij de Royal Air Force. De vlieger uit Stadskanaal maakte op de Spitfire en de Hawker Tempest meer dan 150 gevechtsvluchten tegen nazi-Duitsland.

Cornfield Range

Aan het einde van de oorlog werd Linzel overgeplaatst naar het Nederlandse 322 Squadron. Vanaf het voorjaar van 1948 werkte hij bij de Jachtvliegschool op de Vliegbasis Twenthe en vloog daarna als vlucht-commandant Gloster Meteor-straaljagers bij het 323 Squadron op de Vliegbasis Leeuwarden.

Vanaf begin jaren 50 was hij als vuurleidingsofficier geplaatst op de schietrange Vliehors, Cornfield Range op Vlieland. Majoor-vlieger Linzel bleef tot zijn eervolle ontslag in 1973 vuurleider op de schietrange, waar hij onder Nederlandse en NAVO-vliegers bekendheid genoot onder de bijnaam King of Vlieland

In 1978 verruilde hij het Waddeneiland voor een ander mooi eiland en verhuisde hij naar Zuid-Ierland, waar hij zich met zijn gezin vestigde in Glengarriff. Hij zou daar meer dat veertig jaar blijven wonen.