Ombudsman tikt Belastingdienst op de vingers

AMSTERDAM - De Nationale ombudsman vindt dat de Belastingdienst bij de vermindering van een voorlopige aanslag niet zonder meer mag kiezen voor ambtshalve vermindering. Daardoor lijden belastingplichtigen een rentenadeel.

Deze uitspraak volgt na een klacht van een belastingplichtige over het feit dat de Belastingdienst zijn voorlopige aanslag IB/PVV 2006 ambtshalve heeft verminderd.

Als de Belastingdienst een nadere negatieve voorlopige aanslag of een definitieve aanslag had opgelegd, zou de belastingplichtige heffingsrente vergoed hebben gekregen.
­
Door de ambtshalve vermindering krijgt hij te maken met invorderingsrente . Maar het tijdvak waarover invorderingsrente wordt vergoed is korter dan het tijdvak waarover heffingsrente vergoed zou zijn geworden. Hierdoor ontstaat een rentenadeel.

Bezwarend
De Nationale ombudsman is van mening dat er ook andere, minder bezwarende, mogelijkheden zijn om een voorlopige aanslag te verminderen. De keuze van de Belastingdienst om ambtshalve te verminderen is in strijd met het evenredigheidsvereiste.

Het evenredigheidsvereiste houdt in dat "bestuursorganen (zoals de belastingdienst) voor het bereiken van een doel een middel aanwenden dat voor de betrokkenen niet onnodig bezwarend is en dat in evenredige verhouding staat tot dat doel".

Evenredigheid
Deze zaak staat niet op zichzelf. Het Ministerie van Financiën heeft erkend dat er sprake is van een onevenwichtigheid in de regeling van de heffingsrente. De Nationale ombudsman geeft het Ministerie van Financiën in overweging te bevorderen dat het systeem voor deze en soortgelijke situaties op afzienbare termijn wordt gewijzigd, waarbij recht wordt gedaan aan het evenredigheidsvereiste.

Tip de redactie