Globetrotter

De beleggingswereld is groter dan Nederland, al lijkt lang niet iedereen zich dat in het dagelijks doen en laten te willen realiseren. Bekende namen klinken vertrouwd en minder risicovol.

Door Martine Hafkamp

Daarom blijven veel beleggers dicht bij huis. Of dat echt verstandig is, waag ik te betwijfelen. Ik denk namelijk dat het beleggingsrisico veel meer kan worden beperkt door internationale spreiding aan te brengen. Veel Nederlandse bedrijven kijken ook niet voor niets over de landsgrenzen heen.

Dit jaar rendeert de AEX-index ongeveer 7 procent. Dat is mager afgezet tegen andere beurzen.

Zo staat de S&P 500 (gemeten in euro’s) ruim 15 procent hoger, de Duitse DAX-index ongeveer 25 procent, Turkije bij benadering 35 procent, Denemarken zo’n 28 procent, Noorwegen 17 procent en zelfs Griekenland bijna 27 procent. De MSCI-Wereldindex staat op een positief rendement van 13,3 procent.

De turbo erop

De AEX-index had in de goede beursjaren de turbo er op staan met een overdosis aan financials en in een eerder stadium veel ICT-aandelen (waarvan er diverse niet meer onder ons zijn). De overweging in financials heeft de daling in 2008 alleen maar versterkt.

Momenteel ontbreekt het de AEX-index gewoon aan sterke exporteurs. Natuurlijk hebben we Olie, Unilever en ASML, maar zeker in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland gaat de vergelijking behoorlijk mank.

Lehman Brothers

Nu heb ik het hier over rendementen van dit jaar, maar er is sprake van een meer structurele ontwikkeling. Laat ik daarvoor terug gaan naar een belangrijk ijkpunt in de financiële geschiedenis: het faillissement van Lehman Brothers op 14 september 2008 ruim vier jaar geleden. Sindsdien is er veel gebeurd.

Zo staat de AEX (incl. herbelegde dividenden) weer op het niveau van 14 sept 2008. Een verlies van slechts 0,33 procent per jaar gemiddeld voor een belegger die op die betreffende dag was ingestapt.

De DAX-index daarentegen rendeerde in deze periode van ruim vier jaar aanmerkelijk beter met een gemiddeld rendement van 4,43 procent per jaar. Zeg maar 4,75 procent gemiddeld per jaar meer. En dat voor een buurland dat verder niet zo veel afwijkt van ons.

Maar het kan nog beter: de S&P 500 rendeerde in deze periode gemiddeld met 9,74 procent per jaar, ruim 10 procent per jaar meer (gerekend in euro, dus geen valutaverschillen).

Kunstmatige hulp

Natuurlijk, de Amerikaanse economie heeft veel kunstmatige hulp van de centrale bank gehad. Maar indirect sijpelt dat ook door naar de rest van de wereld. En bovendien heeft ook de ECB zich niet onbetuigd gelaten met zijn ruime monetaire beleid. Kortom, het blijft een opvallend verschijnsel, dat enorme rendementsverschil tussen de AEX en de S&P 500.

De overmatige aanwezigheid van financiële waarden in de slechte jaren en de onderweging in de goede jaren speelt ongetwijfeld een grote rol. Verder het feit dat de AEX-index gewoon een heel magere index is. Geen farmacie, geen automobielbedrijven en, op ASML na, geen innovatieve technologiebedrijven.

Smartpones

Er zijn op de Nederlandse beurs weinig ondernemingen te vinden die profiteren van de opmars van smartphones en tablets en van het internet als media-, entertainment-, retail- en advertentiekanaal. Dit gaat door en niet minder snel, wat direct verband houdt met het gedrag van nieuwe generaties en de veranderende consument.

Ook veel andere bedrijven in kabel, breedband, infra, e-commerce, e-recruiting, etc. blijven profiteren. Dat zal onze prijscorrectie op de woningmarkt niet tegenhouden.

Daar komt nog eens het feit bij dat bedrijven in de AEX worden opgenomen op basis van hun omzetten op de beurs. Op deze wijze worden steevast nieuwkomers in de AEX opgenomen wanneer ze ongeveer aan de top staan (bijvoorbeeld tech- en vastgoedbedrijven na de rally), terwijl aandelen juist op de bodem uit de AEX verdwijnen. Mij lijkt het dan ook verstandig om iets te veranderen aan de wijze van samenstellen van de AEX.

Blik verruimen 

Beleggers kunnen steen en been klagen over de tegenvallende performance van hun Nederlandse hoofdfondsen, maar wanneer zij hun blijk verruimen valt het op beleggingsgebied allemaal nog wel mee.

Zo waren de opkomende markten lange tijd een mooie aanvulling op de portefeuille en zijn de laatste jaren vooral de toonaangevende westerse economieën van vooral de Verenigde Staten en Duitsland sterk in opmars. Dit alles bij elkaar pleit eens te meer voor internationale spreiding.

En ach, het kan economisch wel slecht gaan, of erg slecht, maar dat hoeft ook nog geen reden te zijn om ergens helemaal niet te gaan beleggen. Beleggers in Griekenland doen het dit jaar aanzienlijk beter dan beleggers in de AEX.; 27 procent tegen 7 procent. Dat scheelt nogal.

En ja, het is beiden gerekend in dezelfde valuta. Het is maar net hoe avontuurlijk je je reis als globetrotter wilt maken.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2008 de Gouden Stier voor de beursvrouw van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp.

Tip de redactie