Topsport kiest en verliest, maar vergroot de kans op winst

Topsport vraagt van bonden te kiezen voor een bedrijfsmatigere aanpak, betoogt Patrick Wouters van den Oudenweijer.

Door Patrick Wouters van den Oudenweijer

De Nederlandse sportbonden hebben vorige week met het vaststellen van de Sportagenda 2013-2016 ingestemd met een ingrijpende koerswijziging. Het NOC*NSF heeft van haar leden (de bonden) toestemming gekregen de vanuit de Lotto beschikbare topsportgelden (zo’n 29,4 miljoen) minder democratisch te verdelen.

Sporttechnisch directeur Maurits Hendriks krijgt de ruimte om gerichter te kiezen. Te kiezen voor de meest succesvolle en ambitieuze Olympische sportprogramma’s, waardoor de kans wordt vergroot om de Top 10 ambitie te verwezenlijken. Hiermee kiest NOC*NSF voor een andere koers. En bij kiezen hoort ook verliezen. Dat is topsport.

Visie

NOC*NSF toont visie en moed om in te zetten op de sporten die hoofdleverancier zijn van het grootste deel van de Nederlandse Olympische successen. Het is geen toeval dat sporten als schaatsen, zwemmen, judo, roeien, paardensport Nederland het meeste Olympische succes hebben gebracht. Logisch en wijs om daar nog zwaarder op in te zetten.

En wat verliezen we dan? Tot nu toe werden de beschikbare gelden verdeeld over 208 sportprogramma’s. Dat gaat veranderen. Vele bonden zullen minder of geen geld meer krijgen.

Investering

Dat klinkt als verliezen, maar het is interessant om te ondervinden of deze bonden de handschoen oppakken en op basis van hard werken en kwaliteit bewijzen dat zij wel een investering vanuit Papendal waard zijn. De sporters en hun bonden zullen dat met inzet en prestaties moeten afdwingen. In tijden van schaarste komt de ambitie bovendrijven. En als die ambitie zich vertaalt in aansprekende resultaten zal NOC*NSF vast ook deze sporten gaan ondersteunen . Daar schuilt dus ook winst.

Topsport vraagt van bonden te kiezen voor een bedrijfsmatigere aanpak. Het genomen besluit past daarin. Het is interessant om te bezien of NOC*NSF de ruimte vraagt en krijgt om deze meer bedrijfsmatige koers een vervolg te geven. De 28 Olympische bonden willen te vaak zelf het wiel uitvinden. Nederland is slechts een postzegel van 200 km2.

Uitermate geschikt voor intensief samenwerken. Dat moet veel beter. Op gebied van huisvesting is dat met het “Huis van de Sport” redelijk gelukt, maar soms lijkt het erop dat de bonden verder vooral het kopieerapparaat delen.

Ruimte

Een gemiste kans. Een compliment dus aan deze bonden dat ze NOC*NSF de ruimte hebben gegeven om meer focus in de besteding van middelen aan te brengen. De volgende stap zou moeten zijn dat diezelfde bonden NOC*NSF de ruimte gaan geven om de organisatie rondom de beste 250 topsporters van Nederland bedrijfsmatiger, vanuit een centraal orgaan, aan te gaan sturen. En niet alleen op sporttechnisch gebied, maar ook op terreinen als marketing, management, innovatie, logistiek, financieel, medisch, etc..

Op die manier gaan alle sporten en sporters veel meer gebruik maken van elkaars ervaringen, kennis, ambitie, etc. en voorkomen we dat bonden keer op keer investeren in mensen en kennis, die bij een andere bond allang voorhanden zijn. Zonde van de tijd en het geld. 70 procent Van de sporten zijn een blauwdruk van elkaar, 30 procent vraagt om specifieke kennis van de betreffende sport. Dus in het deel van de 70 procent is winst en synergie te halen.

Een dergelijk Nederlands Olympisch Team zal marketingwise grote waarde ontwikkelen. Het Nederlands team krijgt pas dan daadwerkelijk een hart & ziel. NOC*NSF kent diverse Partners in Sport, maar in de praktijk hebben de meeste sporten, sporters en ploegen, ook allemaal hun eigen sponsors. Die voelen zich de “Partner van hun Sport”. Dat model wringt.

Marketing

Met het creëren van een Nederlands Olympisch Team dat dag in, dag uit als team acteert, creëren de bonden centraal een interessant marketingvehiekel, welke in de optelsom meer waard kan zijn, dan de optelsom van alle investeringen van sponsors in bonden, sporters en ploegen afzonderlijk.

Het wordt interessant om te bezien of het NOC*NSF en haar bonden de ingeslagen weg van “durven kiezen” een vervolg geven. Of dat iedereen nu weer over gaat tot de orde van de dag. Als Nederland in haar Olympische plannen richting 2028 het verschil wil maken, dan moeten wij in Nederland het topsportmodel verder reorganiseren.

Ook daarvoor geldt kiezen is verliezen, maar uiteindelijk gaat dat leiden tot winst.

Patrick Wouters van den Oudenweijer, directeur van sportmarketingburo House of Sports

Tip de redactie