Wat leidde tot het vertrek van de Arcadis-topman?

Bedrijven overnemen kan een groei-turbo zijn, maar ook een molensteen. Dat ondervindt Arcadis, dat vandaag meer dan 10 procent zakt op de beurs, al ruim een jaar.

De adviseur en projectmanager in infrastructuur, water, milieu en gebouwen stuurde deze week topman Neil McArthur naar huis, officieel "vanwege een verschil van inzicht over het pad voorwaarts".

In feite is het probleem dat Arcadis al geruime tijd geleden een pad achterwaarts is ingeslagen, en de weg vooruit nog steeds niet kan vinden. Al vóór de benoeming van de Schot McArthur, die eerder werkte voor Shell en Booz & Company, was Arcadis begonnen met overnames.

Lijken in de kast

Maar McArthur deed in 2014 een heel grote: het Britse beursfonds Hyder werd voor 375 miljoen euro ingelijfd. In datzelfde jaar kocht hij ook het Amerikaanse architectenbureau Callison. Ondanks alle due diligence vond Arcadis bij beide bedrijven lijken in de kast.

Daar komt bij dat Arcadis groot is in regio's met forse economische problemen. Van de omzet van 3,4 miljard euro in 2015 komt 1,3 miljard uit Noord-Amerika en 921 miljoen uit opkomende economieën.

Brazilië, waar Arcadis in 2012 ook al een bureau van water-ingenieurs overnam, kampt met een ernstige politieke en economische crisis, en het Midden-Oosten tobt met de gekelderde olieprijs.

De Arcadis-klanten in dat laatste gebied betalen hun rekeningen gewoon later, waardoor de post werkkapitaal in de boekhouding groeit. Aandeelhouders hebben een hekel aan een te hoog werkkapitaal: geld moet werken, en werkkapitaal werkt niet voor hen.

Al met al leverde het bedrijf vorig jaar 40 procent van zijn beurswaarde in, en dit jaar nog eens 10 procent. Daar gaat vandaag nog eens 10 procent af.

Tip de redactie