Italiaanse probleembanken ook een politiek risico voor EU

De Italiaanse banken vormen volgens analist Paul Schenk een groot politiek risico voor de Italiaanse premier Matteo Renzi en ook voor de Europese Unie.

De problemen van de Italiaanse banken, die worstelen met een groeiende berg aan slechte leningen, zullen mogelijk leiden tot de val van het kabinet van premier Matteo Renzi en tot politieke onrust in de EU. Dat zegt Paul Schenk, bankanalist bij Newton, een onderdeel van BNY Mellon.

De berg aan slechte leningen bij de Italiaanse banken is inmiddels opgelopen tot 360 miljard euro. Dat is ongeveer 20 procent van het Italiaanse bruto binnenlands product (bbp).

In het verleden was de overheid de aangewezen partij om banken uit de problemen te helpen. Door nieuwe EU-regels mag de overheid echter niet langer alleen ingrijpen, maar moeten de aandeelhouders en crediteuren ook een deel van de verliezen voor hun rekening nemen. Dit wordt 'bail-in' genoemd.

Nieuwe EU-regels

Met de nieuwe regels moet worden voorkomen dat de belastingbetaler moet opdraaien voor de redding van een bank, zoals in 2008 en 2009 gebeurde. Overheden moesten toen voor tientallen miljarden euro’s banken nationaliseren of noodleningen verstrekken. Dit werd een 'bail-out' genoemd.

Onder de Bank Recovery and Resolution Directive (BRBD), die begin dit jaar werd ingevoerd, moeten de aandeelhouders en crediteuren van een bank bij een 'bail-in' minimaal 8 procent van de uitstaande verplichtingen voor hun rekening nemen.

Italiaanse spaarders de klos

Het probleem in Italië is volgens Schenk dat de banken, die hun berg aan slechte leningen zagen oplopen, vers kapitaal hebben aangetrokken door achtergestelde obligaties te verkopen aan hun eigen retailklanten.

Deze obligaties werden gepromoot als een hoger renderend maar net zo veilig alternatief voor een spaarrekening. De Italiaanse spaarders zitten daardoor opgescheept met 230 miljard euro aan achtergestelde obligaties van banken.

Tip de redactie