Analyse: 'Met dit rendement kun je eeuwig rentenieren'

Prettig kunnen leven van de inkomsten uit beleggingen. Welk rendement is daar eigenlijk voor nodig? Hendrik Oude Nijhuis legt uit.

Hoeveel geld is genoeg om iedere dag helemaal zelf te kunnen bepalen hoe je de dag invult, ook al is de pensioengerechtigde leeftijd nog (lang) niet bereikt?

Aan het einde van dit artikel kun je dat eenvoudig zelf bepalen. Maar eerst iets over de analogie met schulden.

Veel van de hypotheken die tegenwoordig afgesloten worden hebben een looptijd van dertig jaar. Wie erin slaagt elke maand enkele honderden euro's extra af te lossen, kan de looptijd van zijn of haar hypotheek fors inkorten.

Andersom geldt dat ook. Want betaal je maandelijks ook maar iets minder, dan neemt de totale duur van afbetalen extreem snel toe.

Een paar honderd euro minder aflossen per maand volstaat om van een dertigjarige hypotheek een eeuwigdurende hypotheek te maken, omdat in het begin maar zo weinig echt wordt afgelost. Zoiets kan een duizendjarige hypotheek genoemd worden. Of een aflossingsvrije hypotheek.

Oneindig inkomen

Het verhaal van de duizendjarige hypotheek heeft met rente en schulden te maken. Maar voor bezit geldt  hetzelfde. Zolang aan vermogen niet meer onttrokken wordt dan het reële rendement (dus gecorrigeerd voor inflatie!) kan oneindig lang van opbrengsten genoten worden.

Om een idee te krijgen van het bedrag dat nodig is om financieel gezien oneindig verder te kunnen, dien je een schatting te maken van de uitgaven op jaarbasis.

Dit bedrag moet vervolgens worden vermenigvuldigd met een factor 20 tot 50. De factor 20 impliceert een (reëel) rendement van 5 procent, terwijl de factor 50 een rendement van 2 procent impliceert.

Uitgaande van 4 procent rendement (na correctie voor de inflatie) heb je een bedrag gelijk aan 25 keer de totale jaarlijkse uitgaven nodig om financieel gezien oneindig verder te kunnen.

Waarom 4 procent best redelijk is

Bij de veronderstelling van 4 procent rendement zijn uiteraard vraagtekens te plaatsen, zeker vanwege de huidige lage spaarrente.

Zelf denk ik echter dat 4 procent reëel rendement een heel redelijk aanname is en 5 procent eigenlijk ook nog wel. Daar heb ik twee verschillende redenen voor.

De eerste reden is dat met het gespreid beleggen in aandelen een gemiddeld rendement van 4 procent, na correctie voor de inflatie) prima haalbaar zou moeten zijn (econoom Jeremy Siegel toonde in zijn onderzoeken aan dat aandelen over langere periodes een reëel rendement van ongeveer 6,5 procent opleveren).

De tweede reden die de aanname van 4 procent redelijk maakt is dat ik voorbij ben gegaan aan alle mogelijke extra inkomsten in de toekomst, alsook eventuele besparingsmogelijkheden.

Denk wat mogelijke extra inkomsten betreft bijvoorbeeld aan het te gelde maken van een hobby, bijverdiensten uit arbeid of ondernemerschap, eventuele erfenissen en pensioenen (inclusief AOW).

Kortom, rekenen met 4 procent is best redelijk. Daarmee volstaat een bedrag van 25 keer de jaaruitgaven om oneindig verder te kunnen ook al ligt de pensioengerechtigde leeftijd nog vele decennia in de toekomst.

Het is het idee van de duizendjarige hypotheek, maar dan omgekeerd en in je voordeel.

Z24-columnist Hendrik Oude Nijhuis heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen.

Tip de redactie