Hoe helikopterbedrijven lijden onder lage olieprijs

De lage olieprijs treft oliestaten en westerse producenten zoals Shell. In het kielzog van deze verliezers worden ook helikopterbedrijven geraakt.

De olie-industrie kent veel toeleveranciers die gevoelig zijn voor het terugschroeven van investeringen. Daarbij kun je denken aan ingenieursbureaus die seismisch onderzoek doen naar olie- en gasvelden en leveranciers van productiemateriaal.

Maar er zijn ook minder voor de hand liggende slachtoffers van de huidige malaise in de oliesector, als gevolg van de forse daling van olieprijzen. Helikopterbedrijven worden bijvoorbeeld ook geraakt, signaleert zakenkrant The Wall Street Journal.

Als je er even bij stilstaat, is het verband tussen olie en helikopters niet ingewikkeld: helikopters worden grootschalig ingezet om personeel van en naar boor- en productieplatforms op zee te vervoeren.

Werkeloze helikopters

Van de pakweg 1.900 helikopters die wereldwijd worden ingezet voor de olie- en gasindustrie, wordt momenteel ongeveer een vijfde niet of beperkt gebruikt. En die overcapaciteit neemt voorlopig alleen maar toe, zo stellen industrie-experts tegenover de WSJ.

De olie- en gassector is historisch goed voor ongeveer een kwart van de verkoop van commerciële helikopters. De oliedip treft dus helikopterbouwers zoals Airbus, Textron, General Electric en Lockheed Martin.

De grootste klappen vallen echter bij bedrijven die zich exclusief richten op het operationele beheer van helikopters. Zo is de beurskoers van de Canadese helikopterexploitant CHC sinds september 2015 gedaald naar een niveau van ongeveer 25 dollar naar 1,16 dollar per 30 maart dit jaar.

Tip de redactie