Rechter doet geen uitspraak in kort geding Woonbond tegen Belastingdienst

De rechtbank Den Haag doet geen uitspraak in het kort geding tegen de Belastingdienst dat is aangespannen door de Woonbond.   

Volgens de rechter moet de civiele rechtbank geen oordeel vellen over het handelen van een bestuursorgaan, zo maakt de Woonbond maandag bekend.

Volgens de rechter kan de zaak beter worden voorgelegd aan de bestuursrechter. 

De Woonbond wilde voorkomen dat de Belastingdienst voorbereidingen treft voor het verstrekken van inkomensgegevens van huurders aan verhuurders.

De Woonbond vindt die voorbereidende werkzaamheden onrechtmatig, omdat de Raad van State onlangs oordeelde dat niet expliciet in de wet is opgenomen dat de Belastingdienst verplicht is om deze gegevens te verstrekken.

Gegevens

Sinds de zomer van 2013 mogen verhuurders van sociale huurwoningen de huren extra verhogen voor bepaalde inkomensgroepen.

De Belastingdienst laat daarom aan verhuurders weten in welke inkomenscategorie een huurder valt. Verhuurders hebben die gegevens nodig om te bepalen hoe hard de huur omhoog mag. 

Terugdraaien

De belangenorganisatie bereidt een collectieve zaak voor om eerdere inkomensafhankelijke huurverhogingen terug te draaien. Volgens de Woonbond hebben huurders recht op het te veel betaalde bedrag en een huurverlaging. Namens de huurders wil de Woonbond ongeveer 300 miljoen euro terugeisen.

Verhuurders en de Belastingdienst kunnen volgens de Woonbond individuele claims verwachten als ze niet bereid zijn een collectieve regeling te treffen. De organisatie stelt dat het om honderdduizenden huishoudens gaat.

Geen schade

Een woordvoerder van minister Stef Blok (Wonen) liet eerder weten geen schikking te willen treffen, omdat huurders volgens de minister geen schade hebben geleden.

Het gaat namelijk niet om de vraag of de inkomensafhankelijke huurverhoging al dan niet terecht is. Het oordeel van de Raad van State draait alleen om de vraag of de Belastingdienst volgens de wet de plicht heeft om de gegevens met verhuurders te delen. De uitspraak zou geen invloed hebben op eerdere huurverhogingen. 

Voor het verstrekken van inkomensgegevens voor de verhogingen van deze zomer, is wel een aanpassing van de wet nodig. Daarvoor heeft Blok inmiddels twee wetsvoorstellen ingediend. Huurders moeten voor 1 mei van hun verhuurder horen hoe hard hun huur zal stijgen. De minister gaat ervan uit dat de wet op tijd aangepast zal zijn.

Huurverhogingen

De huren van huishoudens die in 2014 een inkomen tot en met 34.678 euro hadden, mogen deze zomer met maximaal 2,1 procent stijgen. Dat is een extra verhoging van 1,5 procent boven op de inflatie van 0,6 procent.

Voor de groep die tussen de 34.678 euro tot en met 44.360 euro verdiende, geldt een maximale verhoging van 2,6 procent. Voor de inkomens daarboven mogen de huren met maximaal 4,6 procent stijgen.

Tip de redactie