Beleid om wilde ganzen te verjagen 'is mislukt'

Het beleid om wilde ganzen te verjagen en de vogels zich te laten concentreren in gedooggebieden heeft geen enkel effect. 

Voordat het beleid in 2005 van kracht werd, graasden ganzen 57 procent van de tijd in deze gedooggebieden. Tien jaar nadat het beleid werd ingevoerd is dat percentage nog steeds 57 procent. Dat blijkt uit een onderzoek van Sovon Vogelonderzoek dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Ambio.

Het beleid is erop gericht om ganzen te laten grazen in een aantal specifieke gebieden, om zo schade bij boeren te voorkomen. Het aantal ganzen dat in Nederland overwintert is sinds 1975 ongeveer acht keer zo groot geworden, wat boeren veel economische schade oplevert. In 2016 gaf de overheid ruim 18 miljoen euro uit aan compensatie voor benadeelde boeren. 

Een verklaring voor de slechte resultaten van het verjaagbeleid zou volgens Menno Hornman van Sovon kunnen liggen in het feit dat niet altijd de meest ideale gebieden zijn aangewezen als gedooggebieden. De gebieden zijn versnipperd en boeren zijn niet snel geneigd het beste grasland als gedooggebied toe te wijzen. Tegen het NRC zegt de onderzoeker dat er "voor een gans geen touw aan vast te knopen is waar hij wel en niet mag grazen".

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie