'Stadshagedissen hebben extra veel grip op steile oppervlaktes'

Stadshagedissen hebben extra veel grip op steile oppervlaktes, zo blijkt uit een nieuwe studie.

De 'stadse' diertjes hebben meer huidplooien onder hun pootjes dan hun soortgenoten op het platteland.

Deze zogenoemde hechtlamellen zorgen ervoor dat hun tenen goed blijven kleven aan steile en gladde structuren die veel voorkomen in steden, zoals muren en ramen. Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Massachusetts in Boston in het wetenschappelijk tijdschrift Evolution.

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door de pootjes van hagedissen in de stad Mayaguez in Puerto Rico te vergelijken met die van hun soortgenoten in nabijgelegen bossen.

De stadsdiertjes hebben niet alleen meer hechtlamellen onder hun pootjes dan de 'boshagedissen'. Hun ledematen zijn daarnaast bovengemiddeld lang, waardoor ze waarschijnlijk stabieler over beton en glas kunnen lopen.

Uit observaties van de wetenschappers in Mayaguez blijkt dan ook dat de stadshagedissen net zo makkelijk op muren klimmen als op bomen die in hun natuurlijke omgeving voorkomen.

Vangen

"Ik zat achter een hagedis aan die zeker 10 meter recht naar boven rende op een raam", verklaart hoofdonderzoekster Kristin Winchell op nieuwssite New Scientist. "Binnen 15 seconden was hij uit het zicht verdwenen. Het dier was zo goed aangepast aan zijn omgeving dat ik hem niet kon vangen."

De wetenschappers vermoeden dat de stadshagedissen zich evolutionair hebben aangepast aan de 'stadse' omgeving in Mayaguez. Kortom: de hagedissen die goed op steile oppervlaktes kunnen klimmen, planten zich beter voort.

"Stedelijke omgevingen hebben dezelfde invloed op deze dieren als elke andere omgeving", aldus Winchell. "Er vindt natuurlijke selectie plaats."

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie