'Dinosaurussen hadden al last van malariamuggen'

Dinosaurussen hadden vermoedelijk al last van malariamuggen, zo blijkt uit een nieuwe studie. 

Een vroege vorm van de ziekte malaria werd waarschijnlijk honderd miljoen jaar geleden al overgedragen op grote reptielen door zogenoemde knutten.

In fossielen van deze muggen uit de geologische periode Krijt zijn voorlopers van de moderne malariaparasiet aangetroffen. Dat melden Canadese onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift American Entomologist.

Dinosaurusbloed

Tot nu toe werd aangenomen dat de parasiet die malaria veroorzaakt (Plasmodium) hooguit 8 miljoen jaar oud was. Maar de Canadese geneticus Hendrik Poinar analyseerde verschillende fossielen uit het Krijt die erop wijzen dat er al veel eerder een primitieve malariaparasiet bestond.

Dit organisme met de naam Paleohaemoproteus kwam voor in de lichamen van een inmiddels uitgestorven knuttensoort. Van deze prehistorische muggen is bekend dat ze zich honderd miljoen jaar geleden tegoed deden aan dinosaurusbloed. Waarschijnlijk veroorzaakten de insecten een vroege vorm van malaria bij dinosaurussen.

Uitsterven

Poinar sluit zelfs niet uit dat de malaria een rol speelde bij het uitsterven van dinosaurussen. 

De meeste wetenschappers nemen aan dat dinosaurussen van de aardbodem verdwenen als gevolg van de inslag van asteroïden en vulkaanuitbarstingen. "Maar het staat ook vast dat de dino's maar heel langzaam uitstierven in een periode van enkele duizenden jaren", verklaart Poinar op nieuwssite EurekAlert.

Volgens hem moeten er meerdere oorzaken zijn geweest voor de uitsterving. "Insecten, microbacteriële ziekteverwekkers en ziektes zoals malaria kwamen ook opzetten in de tijd dat de dinosaurussen het moeilijk kregen."

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie