Onderzoekers zien bewijs voor 'grootmoederhypothese'

AMSTERDAM - Mensen leven langer sinds grootmoeders zich twee miljoen jaar geleden gingen bezighouden met de opvoeding van hun kroost.

Dat blijkt woendag uit onderzoek van Universiteit van Utah dat gepubliceerd wordt in de Proceedings of the Royal Society B.

De resultaten lijken de 'grootmoederhypothese' te ondersteunen.

Deze stelt dat de vrouw na het verlies van de vruchtbaarheid niet alleen haar eigen kinderen mee opvoedt, maar ook haar kleinkinderen. Daarmee behoudt ze haar functie en wordt de groep steeds ouder.

Grootmoederhypothese

De onderzoekers gaan bij hun model uit van een populatie vroege mensachtigen waar vrouwen niet ouder werden dan 30 à 40 jaar.

Als echter één vrouw met bijzonder goede genen zo oud werd dat ze oma werd, ging ze zich waarschijnlijk bezighouden met de zorg voor haar kleinkinderen.

Zo kreeg haar dochter meer tijd, bijvoorbeeld om zelf meer kinderen te krijgen. Hierdoor konden er meer kinderen geboren worden met de aanleg om oud te worden. Op die manier ging de levensverwachting van de groep omhoog.

Rekenkundige bevestiging

Deze theorie lijkt nu rekenkundig bevestigd. Een internationaal team van antropologen liet een computer berekenen hoe lang het zou duren voor één grootmoeder zou zorgen voor een populatie waarin bijna elke vrouw grootmoeder wordt.

Het antwoord is dat tussen 24.000 tot 60.000 jaar na de eerste grootmoeder, de vrouwelijke levensverwachting met 49 jaar is toegenomen.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie