'Nederland matig voorbereid op ziektes van dier op mens'

AMSTERDAM – Artsen en dierenartsen moeten intensiever gaan samenwerken om uitbraken van infectieziekten te voorkomen.

Dat is de uitkomst van een debat van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) over infectieziekten die kunnen overspringen van dier op mens, zoönosen.

In een enquête die artsenorganisatie VvAA onder artsen en dierenartsen uitvoerde, gaf driekwart van de ondervraagde experts aan het oneens te zijn met de stelling dat de kans op zoönosen in Nederland beperkt is.

Tijdens het debat spraken verschillende experts hun zorgen uit over de mate waarin Nederland voorbereid is op infectieziektes die van dieren op mensen kunnen overspringen, waaronder de vogelgriep en Q-koorts.

Volgens hoogleraar Ron Fouchier (virologie) vormt de vogelgriep een groter risico voor de volksgezondheid dan bioterrorisme. Hij is van mening dat artsen en dierenartsen sinds de uitbraak van Q-koorts in 2008 al beter samenwerken, maar dat er zeker ruimte voor verbetering is. "Zowel humane artsen als dierenartsen moeten een slag maken."

Volgens tweederde van de ondervraagde artsen levert zo'n intensievere samenwerking geen extra kosten, maar juist besparingen voor de gezondheidszorg op.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie