Onstuimige Europese lente tijdens historisch zonneminimum

UTRECHT – Perioden van langdurig verminderde zonneactiviteit leiden in Europa tot een lokale klimaatverandering, onder andere met meer wind in de lentemaanden.

Dit blijkt uit onderzoek door een groep Duitse, Zweedse en Nederlandse wetenschappers geleid door het Duitse Centrum voor Geowetenschappen.

In de Europese lentes zou het tijdens de zogeheten Grand Solar Minima niet alleen harder waaien, maar overheerst er dan tevens een vochtiger en koeler weertype.

Actieve zon

Vorig jaar speculeerden enkele Amerikaanse sterrenkundigen dat de aarde binnenkort mogelijk opnieuw te maken krijgt met een langdurig zonneminimum, dat dan enkele decennia kan aanhouden.

Volgens NASA hebben we echter in elk geval tot 2015 juist een relatief actieve zon.

Sediment

Deze conclusie baseren ze op onderzoek van dunne laagjes sediment (wiki), die als jaarringen op de bodem van een vulkaanmeer in de Eifel liggen. Zo rond 800 voor Christus, toen de zon voor een periode van twee eeuwen in een rustiger stand kwam, zou het West-Europese klimaat binnen 10 jaar een omslag hebben vertoond.

Eerder werd ook de Kleine IJstijd al in verband gebracht met vergelijkbare langdurige zonneminima, zoals het zogeheten Maunder Minimum. De Kleine IJstijd was een periode met in Nederland vooral opvallend lange en koude winters, tussen grofweg 1550 en 1850. De zon was in deze periode waarschijnlijk nog iets minder actief dan tijdens de dip aan het einde van de bronstijd.

Kritiek

Volgens ander recent onderzoek zou de Kleine IJstijd echter veroorzaakt zijn door krachtig vulkanisme aan het einde van de middeleeuwen. De zonnehypothese is hiermee weer wat meer op losse schroeven komen te staan.

Critici stellen dat het verschil in inkomende zonnestraling tijdens zonneminima en zonnemaxima veel te klein is om grote klimaatfluctuaties te verklaren. Mondiaal bedraagt de gemiddelde temperatuurschommeling onder invloed van zonnevariabiliteit circa 0,1 graden Celsius.

Koude oostenwind

Specifiek in het geval van Europa zou dat wel eens anders kunnen liggen. De hoeveelheid ultraviolette straling die hoog in de atmosfeer binnenkomt, is hier mogelijk ook van invloed op de ligging van hoge- en lagedrukgebieden, denken wetenschappers van het Britse KNMI.

Zo zou tijdens een zonneminimum in de winter de kans op koude oostenwinden groter zijn.
Het nieuwe Duitse onderzoek lijkt dit te bevestigen.

Toen de lagere zonneactiviteit samen met het onstuimige en koele lenteweer in een geavanceerd klimaatmodel werd ingevoerd, toonde dit model gedurende de wintermaanden ook een afname van westenwinden op grote hoogte in de atmosfeer.

Lees meer over: