Watergebrek van invloed op einde Khmer-koninkrijk
AMSTERDAM - Extreem lange droogte zorgde mogelijk voor de ineenstorting van het in Angkor (Cambodia) zetelende Khmer-koninkrijk in de late veertiende en vroege vijftiende eeuw.
Dat schrijven onderzoekers van de University of California San Diego in het tijdschrift PNAS.
De onderzoekers bestudeerden het sediment uit een groot waterreservoir bij Angkor, het West Baray. Uit de genomen monsters blijkt dat er een sterke verlaging van het waterniveau in het baray plaatsvond rond de tijd dat het koninkrijk instortte, wat suggereert dat er een zeer lange periode van extreme droogte is geweest.
Het reservoir meet acht bij twee kilometer en werd aangelegd tussen de elfde en de dertiende eeuw. Daarnaast legden de Khmer een complex systeem van kanalen, grachten, dammen en dijken aan om water op te vangen en te verdelen in droge periodes.
Uit het onderzoek blijkt dat ook de ecologische samenstelling van het kunstmatige meer veranderde. Er kwamen meer bodemalgen en drijvende planten. Ook was er minder slijtage en erosie zichtbaar aan waterwerken in de Angkor-regio na de ineenstorting van het koninkrijk.
Mogelijk waren de systemen van de Khmer om het water te beheersen niet voldoende om zulke extreme veranderingen in het klimaat aan te kunnen, aldus de auteurs.
Angkor
De ruïnes van Angkor liggen ten noorden van de stad Siem Reap in Camobodja. In het Angkor-gebied liggen honderden kleine en grote tempels, met als bekendste tempel Angkor Wat. Het totale infrastructurele gebied besloeg zo'n 1000 vierkante kilometer. Ter vergelijking: Amsterdam beslaat ongeveer 220 vierkante kilometer.
Na het verval nam het tropische woud weer bezit van het gebied totdat Franse archeologen de ruïnes aan het eind van de negentiende eeuw weer ontdekten en startten met de restauratie.
Startpagina