Stofspoor van planetoïdenbotsing is ouder dan gedacht

AMSTERDAM - Omstreeks 10 februari 2009 zijn buiten de baan van de planeet Mars twee voorheen onbekende planetoïden met elkaar in botsing gekomen.

Die conclusie trekken wetenschappers uit nader onderzoek van het merkwaardige object P/2010 A2, dat afgelopen januari door de geautomatiseerde LINEAR-telescoop werd ontdekt.

Het is voor het eerst dat de gevolgen van een botsing tussen planetoïden zo kort na dato is waargenomen (Nature, 14 oktober 2010).

Instrumenten

De plek van het kosmische onheil is met verschillende instrumenten onderzocht. Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn gedetailleerde beelden van het door de botsing veroorzaakte stofspoor gemaakt. Maar ook de camera van de Europese ruimtesonde Rosetta, die zich dicht bij de planetoïdengordel bevond, heeft zijn steentje bijgedragen.

Dat er tussen de miljoenen rotsblokken die de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter vormen geregeld botsingen plaatsvinden, is welhaast onvermijdelijk. Door de reusachtige afmetingen van de gordel blijven zulke gebeurtenissen doorgaans echter onopgemerkt.

Komeet

De ontdekking van planetoïde P/2010 A2, die aanvankelijk voor een komeet werd aangezien, moet dus als een toevalstreffer worden gezien. Om te bepalen wanneer deze ruim honderd meter grote planetoïde door een veel kleinere soortgenoot is getroffen, is gekeken naar de ontwikkeling van zijn stofspoor.

Uit de trage veranderingen die dat inmiddels 200.000 kilometer lange spoor vertoont, kan worden afgeleid dat de botsing bijna elf maanden voor de ontdekking van P/2010 A2 moet hebben plaatsgevonden. Dat is aanzienlijk langer dan de 'enkele weken' waar kort na ontdekking nog van werd uitgegaan.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie