‘Deeltijdbanen leiden tot verdringing’

AMSTERDAM – Deeltijdbanen zorgen voor verdringing op de arbeidsmarkt. Door de grote hoeveelheid kleine baantjes, is het voor lager opgeleiden steeds moeilijker geworden nog een baan op hun niveau te vinden.

Dat stelt bijzonder hoogleraar Arbeidsmarkt en Ongelijkheid Wiemer Salverda van de Universiteit van Amsterdam. Vooral het voltijdwerk van laagopgeleiden staat onder druk.

“Bepaalde groepen, vooral jongeren en vrouwen, werken massaal in hele kleine baantjes op lagere niveaus”, aldus Salverda. “Hierdoor wordt 80 procent van het werk waarvoor een laag opleidingsniveau nodig is, uitgevoerd door mensen met een hogere opleiding en vallen de laagst opgeleiden buiten de boot.”

Bruto is netto

“Nederland staat bekend om zijn vele deeltijdwerk en is ook kampioen als het gaat om baantjes van tien tot twaalf uur per week. De concurrentie wordt nog versterkt door een regeling van de overheid die ervoor zorgt dat bij banen die minder dan het minimumloon opleveren, het brutoloon ook het nettoloon is.”

Inmiddels werkt zo’n 10 tot 15 procent van de beroepsbevolking in kleine deeltijdbanen. Hier kleven nog meer nadelen aan volgens Salverda. “Deeltijd verhoogt de kans op laagbetaald werk en de kans dat je er niet meer uitkomt is behoorlijk groot. Uit Amerikaans onderzoek blijkt bovendien dat er altijd een achterstand in salaris blijft.”

Het in Nederland razend populaire tweeverdienersmodel, waarbij de één een voltijdbaan heeft en de ander een kleine deeltijdbaan, is prima zolang er geen kink in de kabel komt. “Bij een scheiding komt degene met de kleine baan echter in de problemen. Bovendien is er maar weinig pensioenopbouw.”

Een ander punt is dat mensen hun opleiding en capaciteiten niet volledig benutten in een deeltijdbaan onder hun niveau.

Beperken

Wat kunnen overheid en werkgevers doen om dit probleem aan te pakken? “De overheid zou de regels voor studenten kunnen aanpassen. Onlangs is verruimd wat je naast je studiebeurs mag bijverdienen, terwijl dit juist beperkt zou moeten worden. In België is bijvoorbeeld het aantal uren dat studenten mogen werken aan banden gelegd, met het oog op verdringing.”

“Vrouwen zou meer gewezen moeten worden op het feit dat ze onder hun niveau functioneren en weinig pensioen opbouwen. Daarnaast zou het helpen als er een programma werd ontwikkeld voor de beter betalende bedrijfstakken, om daar meer en grotere deeltijdbanen te creëren. “

De crisis van de laatste jaren versterkt de tendens op de arbeidsmarkt. “Dat de werkgelegenheid niet enorm gedaald is, komt doordat er een verschuiving naar deeltijd heeft plaatsgevonden. Hierdoor vindt een gedeeltelijke compensatie plaats”, licht Salverda toe.

Opleidingsniveau

Vanaf mbo-, havo- en vwo-niveau ligt het beroepsniveau van de baan in 25 tot 40 procent van de gevallen onder het opleidingsniveau van de persoon. Het feit dat hoger opgeleiden relatief gezien vaker een baan hebben dan lager opgeleiden, komt deels doordat zij onder hun opleidingsniveau werken.

Zijn we in Nederland dan niet simpelweg te hoog opgeleid? “Ik heb het liever over onderbenutting dan over overscholing”, stelt Salverda. “In een kenniseconomie mag je verwachten dat er voldoende banen gecreëerd kunnen worden die bij het opleidingsniveau passen.”

Lees hier de oratie van Wiemer Salverda: Arbeidsmarkt, ongelijkheid en de crisis

Lees meer over: