André van Duin 'is geen Gerard Joling die binnenkomt en aandacht vraagt'

André van Duin wordt volgend jaar zeventig, zit ruim vijf decennia in het vak, maar lijkt na zijn interim-presentatie van Heel Holland Bakt gewilder dan ooit. "Je moet niet leuk doen, je moet leuk zijn."

Van Duin staat achter de toog in zijn eigen bar in zijn Amsterdamse grachtenpand. Aan de bar zijn kleine metalen plaatjes geschroefd. "Mensen die hier vaak komen, vragen altijd of ze iets mee moeten nemen. Op een gegeven moment zei ik: Nee, alleen een koperen plaatje met je naam erop."

Van Duin drinkt zelf bijna nooit, zegt hij. "Op een feestje neem ik weleens een whiskytje-cola. In de zomer een Campari-soda met ijs."

De bar is onderdeel van een ruimte die vroeger als directiekamer van een effectenbank diende. Hier vieren Van Duin en zijn echtgenoot Martin Elferink samen met hun vrienden kerstavond, verjaardagen en worden er sjoeltoernooien tijdens Pasen georganiseerd. Maar veel tijd voor feestjes heeft de geboren Rotterdammer eigenlijk niet.

Van Duin staat meerdere dagen per week op het toneel, nam een seizoen Heel Holland Bakt op (inclusief bijbehorend napraatprogramma) en staat binnenkort alweer op de set voor een nieuwe dramaserie. Daar bovenop verschijnt vrijdag een cd waarop Van Duin liedjes van zijn grote idool Wim Sonneveld zingt.

"Ik heb altijd veel dingen gedaan, maar door Heel Holland Bakt is het druk geworden. Toen Martine Bijl uitviel, belde Jan Slagter. Hij vroeg: 'Wil jij het doen?' Ik wist aanvankelijk niet of dat een goed idee was. Ik heb Martine gebeld, zij is een huisvriendin van ons, en ze zei: “Ik zou het geweldig vinden als jij het doet.’ Toen was ik gerustgesteld, het is toch een beetje haar kindje.”

Zat u op al die nieuwe uitdagingen te wachten?

"Ik was al een beetje aan het afbouwen. Ik wilde nog zo nu en dan in het theater staan, af en toe een cd-tje maken. Hier en daar een gastoptreden. Dat vond en vind ik eigenlijk nog steeds voldoende. Nu kwam ik toch weer in een soort stroomversnelling terecht."

Veel mensen beschrijven u als een introverte man die redelijk teruggetrokken leeft. Vindt u het fijn om mensen thuis uit te nodigen?

"Ik vind het ook leuk om uitgenodigd te worden. Maar onze verjaardagen gaan we niet bij een ander vieren. Kerstavond vieren we ook hier en we bingoën. Maar naar buiten toe ben ik inderdaad niet zo’n opvallend figuur. Ik ben geen Gerard Joling die joelend binnenkomt en aandacht gaat vragen. Ik betreed gewoon rustig een ruimte en ga in een hoekje zitten."

Op het podium en op televisie staat u met uw typetjes wel in het middelpunt. Heeft u daar dan toch behoefte aan?

"Nee, het spelen van typetjes met een hoedje en een brilletje voelt veilig. Je kunt je meer permitteren. Alles wat ik als André van Duin zeg wordt op een goudwaag gelegd. Dan zie ik in de krant iets staan wat ik helemaal niet heb gezegd. Als Gordon ergens een mening over heeft dan is het ook opeens wereldnieuws. En sociale media maken zo’n beetje alles wat je zegt belangrijk."

U was op jonge leeftijd al gek op radio. Terwijl uw vriendjes buiten speelden, zat u te luisteren.

"Ik vond de radio al heel snel machtig interessant. Ik luisterde naar ieder komisch radio programma. Ik had op school en in de straat heus wel vriendjes, maar daar ging ik niet mee voetballen."

Kon u die liefde voor radio met iemand delen?

"Nee, maar ik heb dat nooit als gemis ervaren. Ik was er als kind al van overtuigd dat ik artiest zou worden. Het zal wel met mijn rode haar te maken hebben gehad. Op school en op straat werd ik af en toe uitgescholden. 'Hé rooie, hé vuurtoren!’ Door er zelf maar grappen over te maken kon ik verdedigen. Daar werd dan om gelachen en dat vond ik dan weer leuk. Dat heeft me waarschijnlijk op het idee gebracht geen machinebankwerker, maar grappenmaker te worden. Toen ik op jonge leeftijd Dorus nadeed, trok ik een ouwe regenjas aan en stond ik daar als typetje. Daar kon ik me achter verschuilen. In de Dik Voormekaar Show had je het personage Ome Joop en die sloeg kinderen. Dat was helemaal niet erg, want Ome Joop deed dat. Mensen vonden dat nog grappig ook. Als André van Duin zou ik zoiets niet kunnen doen."

Als kind heb je toch geen idee wat een artiest is?

"Ik zag die artiesten tijdens verenigingsavonden waar mijn vader mij mee naar toe nam. Dat vond ik machtig mooi, met name de conferencier die de nummers tussendoor aankondigde en daarbij wat grappen vertelde. Vooral die man maakte indruk, ik wilde worden zoals hij. Mensen aan het lachen maken. Waarom? Ja, waarom wil een kind brandweerman worden? Het is altijd leuk als mensen je aardig vinden. Als mensen om je lachen vinden ze je aardig. Tenminste, als ze je niet uitlachen."

U was zeventien toen u wist dat u op mannen valt. Lag het voor de hand een typetje te ontwikkelen waarmee u die kant van uzelf kon ontdekken?

"Mijn typetjes zijn seksloos. Mannetjes die het over totaal andere dingen dan homoseksualiteit hadden. Ik zou niet weten waarom ik mijn geaardheid had moeten gebruiken. Dat had helemaal geen functie. Het heeft in mijn leven nooit zo’n grote rol gespeeld. Mensen praten er ook zelden over. Af en toe roept iemand: 'Ja, maar hij is gay.’ Ja, so what? Niemand maakt zich er verder druk om en ik ben niet de gay-figuur van Nederland. Zoals bijvoorbeeld Joling of Gordon, die daarmee koketteren en daar succes mee hebben. Die hameren er voortdurend op. Dat het voor sommige mensen bevrijdend kan werken ligt natuurlijk aan het karakter. Het is niet zo dat een homofiel één bepaald type is. In de heterowereld heb je ook uitbundige mensen die aandacht vragen."

Hoe was het om als jongvolwassene in de vroege jaren zestig homoseksuele gevoelens te hebben? Veel jongens op die leeftijd waren bezig een vrouw te zoeken en een gezin te stichten, om zo aan de verwachtingen van hun ouders te voldoen.

"Mijn ouders hebben me nooit op die manier gestuurd. Ze hebben zich nergens druk over gemaakt. Niet toen ik homoseksueel bleek te zijn. En toen ik artiest wilde worden ook niet. Die vonden dat goed. Ze waren er altijd erg enthousiast over. Mijn ouders hebben me geen strobreed in de weggelegd."

Heeft u nooit een gezin gewild?

"Nee. Ik heb ook nooit iets gepland, alleen dat ik artiest wilde worden. Verder is mijn leven gegaan zoals het gegaan is. Alles kwam eigenlijk gezellig aanwaaien, ik heb er nooit heel veel voor hoeven doen. Ik leid een rustig leven, ben nooit in opspraak geraakt. Ik leef niet extreem. We hebben een mooi huis, maar geen dure auto. Ik draag oude schoentjes en ben geen diva die elke dag naar de Bijenkorf moet. Ik draag twee ringen. Dat is het. Ik geef niks om glamour. Ik houd van gezelligheid. Ik ben van de Hollandse pot; zuurkool, stamppot. Daar kun je mee geen groter plezier mee doen."

Blijven mensen u daarom leuk vinden?

"Dat weet ik niet. Ik ben wel blij dat mensen me ook als mezelf, dus niet als typetje, heel leuk vinden. In Heel Holland Bakt deed ik helemaal niet gek. Ik maakte af en toe grapje, maar verder presenteerde ik dat gewoon als een lieve, aardige man. Mensen verbaasden zich daarover. 'Ik wist niet dat u ook normaal kon doen’, hoorde ik dan. Maar dat doe ik mijn hele leven al natuurlijk (lacht)."

Had u niet eerder moeten beginnen met 'normaal doen’?

Van Duin: “Ja, dat heeft Joop van den Ende ook vaak tegen me gezegd: 'Praat nou eens gewoon tegen de mensen, even geen typetjes.’ Maar ik vond dat moeilijk, ik had altijd het gevoel dat het publiek zou denken: 'Schiet nou maar op, pak dat hoedje en ga gek doen.’ Dus kroop ik altijd weg in een typetje. Maar dat blijkt dus helemaal niet nodig te zijn."

Humor kan ook een bepaalde aantrekkingskracht veroorzaken. Herkent u dat?

Van Duin: "Mooie mensen gaan gauw vervelen, ze lijken bovendien vaak onbereikbaar. Gewone mensen hebben vaak meer uitstraling dan mooie mensen. Die zijn misschien aantrekkelijk, maar dat is het dan."

Heeft u uw humor weleens ingezet om iemand te versieren?

Van Duin: "Nou (denkt na). Je maakt weleens een grapje, een beetje zoals ik in Heel Holland Bakt deed. Zo ben ik ook in het echte leven. Maar ik zit niet de hele dag mensen te amuseren door te roepen (zet typische stem op) 'Ehhh jaaa hooooorrr!"

Moeten de typetjes overeenkomsten hebben met uw eigen persoonlijkheid?

"Sullige, dommige typjes vind ik heerlijk. Dat kwam ook terug in het soort hond dat ik vaak had. Een bulldog met zo’n triest gezicht. Een basset hound, een Sint Bernhard. Van die droeve typetjes, dat vond ik altijd leuk. Antihelden."

Als u terugkijkt op uw carrière, ziet u dan een soort masterplan?

"Alles is terloops tot stand gekomen. Het enige masterplan had ik als kind toen ik besloot artiest te worden. Maar om komiek te worden kun je geen opleiding volgen. Het moet aanslaan, je moet de lach aan je kont hebben hangen."

Heeft u een voldaan gevoel?

"Het enige waar ik spijt van heb is dat ik geen piano heb leren spelen als kind. Als ik liedjes bedenk moet ik het voorzingen bij een componist. Die gaat er dan muziek van maken. Het was makkelijker geweest als ik dat zelf had gekund."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend

Columns Pieter Derks

Columns Pieter Derks
Cabaretier Pieter Derks duidt en verwerkt maandelijks het nieuws van de voorbije weken. 

Over NUweekend

Over NUweekend
Op NUweekend vindt u iedere week een selectie achtergrondverhalen, analyses of mooie interviews.
Tip de redactie