Haast is geboden voor een nieuw pensioenstelsel

Nederland heeft één van de beste pensioenstelsels ter wereld, maar het fundament stamt uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Sinds de financiële crisis is pijnlijk duidelijk geworden dat er ook veel kwetsbaarheden zijn; een gegarandeerd pensioen is niet meer vanzelfsprekend.

Pensioenvermogen ging in rook op door de instortende beurzen sinds de kredietcrisis van 2008 en de eurocrisis die daarop volgde.

Ook de arbeidsmarkt verandert met de flinke toename van het aantal zelfstandigen. Deze steeds groter wordende groep bouwt niet automatisch een oudedagsvoorziening op. 

Daarbij is het niet meer van deze tijd dat je je hele leven bij één werkgever in dienst bent, waardoor je op meerdere plekken pensioen opbouwt. Met hogere uitvoeringskosten en een lagere uitkering als gevolg.

Kortom: een gegarandeerd aanvullend pensioen is voor heel veel mensen niet meer vanzelfsprekend en het stelsel is verouderd.

Nieuw

Daarom moet het pensioenstelsel veranderen, daar zijn alle partijen het over eens. Een stelsel dat beter bestand is tegen financiële schokken, nauwkeuriger is afgestemd op de veranderende arbeidsmarkt en met meer keuzevrijheid voor de deelnemers. 

Maar hoe dit precies ingekleurd moet worden, is een onderwerp voor de politieke onderhandelingstafel. Dit kabinet mikt erop dat het nieuwe stelsel er in 2020 staat.

Verantwoordelijk staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) wil een zo breed mogelijk draagvlak. Het pensioen is namelijk te belangrijk om aan één kabinet over te laten, laat staan aan één politieke partij. 

Transparanter

Uit gesprekken die het ministerie in de zomer van 2014 organiseerde met betrokken partijen, kwam al naar voren dat een nieuw stelsel vooral transparanter en minder complex moet worden.

Het kabinet wil daarnaast een oplossing vinden voor het risico dat steeds meer mensen niet automatisch een aanvullend pensioen opbouwen, zoals zzp'ers, uitzendkrachten en flexwerkers. 

Dat zijn politieke keuzes. De VVD vindt dat zelfstandigen het beste zelf kunnen bepalen of zij pensioen willen opbouwen of niet. De PvdA heeft moeite met die mate van vrijheid. Die kan averechts uitpakken, omdat gepensioneerden te maken krijgen met een terugval in hun inkomen als zij niets hebben gespaard.

Het kabinet heeft enkele maatregelen genomen die het vrijwillig aansluiten bij een pensioenfonds eenvoudiger en aantrekkelijker moet maken voor zelfstandigen. Ook word gezinspeeld op een verplicht pensioen voor iedereen.

Een grote wens van veel partijen is meer keuzevrijheid. Daarbij denkt het kabinet aan meer zeggenschap voor deelnemers, zoals de mogelijkheid de premie-inleg te beperken of om een bedrag in één keer op te nemen.

Doorsneesystematiek

Vriend en vijand zijn het in ieder geval over één ding eens: de doorsneesystematiek moet van tafel. Met dit systeem betaalt jong en oud bij hetzelfde pensioenfonds dezelfde pensioenpremie. Dit lijkt eerlijk, maar komt in feite neer op een vermogensherverdeling van jong naar oud. 

De inleg van jongeren, 45 jaar en jonger in dit geval, is meer waard dan die van ouderen, omdat hun geld langer kan renderen.

Tegelijkertijd zijn jongeren er door de vergrijzing minder zeker van dat zij hier ook van kunnen profiteren. De verhouding tussen jongere betalers en oudere ontvangers wordt door de vergrijzing namelijk minder gunstig.

Er kleeft wel een groot nadeel aan het afschaffen van de doorsneesystematiek. Het Centraal Planbureau (CPB) berekende dat deze aanpassing de huidige pensioendeelnemers ongeveer 100 miljard euro kost.

Voor deze operatie wordt 25 jaar uitgetrokken. Het kabinet wil 40 miljard euro meebetalen, de overige 60 miljard moeten werkgevers en werknemers ophoesten.

Kaders

De kaders waarbinnen het nieuwe stelsel vorm moet krijgen, zijn het afgelopen jaar geschetst door de Sociaal-Economische Raad (SER), het belangrijke adviesorgaan van de regering waarin werkgevers, werknemers en onafhankelijke deskundigen zijn vertegenwoordigd.

De SER heeft verschillende varianten onderzocht, waarvan het kabinet er twee als interessant betitelt. Eén daarvan is het persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling. 

Hierin wordt het 'risico' dat mensen lang blijven leven en dus langer een pensioenuitkering krijgen, gedeeld. Ook het arbeidsongeschiktheidsrisico wordt collectief afgewenteld.

Deelnemers krijgen te zien hoeveel zij hebben opgebouwd en op hoeveel pensioen ze ongeveer kunnen rekenen. Ook moet er een buffer komen die in financieel goede tijden wordt gevuld zodat pensioenen bij economisch slecht weer worden aangevuld.

Haast 

Op al deze gesprekken en onderzoeken borduurt Klijnsma nu verder. De bewindsvrouw heeft al kenbaar gemaakt dat een volgend kabinet de klus moet klaren. 

Nog lang niet alles is uitgewerkt. De SER broedt verder op de pensioenvariant persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling en is gevraagd te kijken naar de positie van zzp'ers binnen het toekomstig pensioenstelsel.

Het kabinet stiefelt door richting een nieuw stelsel en blijft daarbij hameren op draagvlak binnen de pensioenwereld en de sociale partners.

Maar er is ook haast geboden. Fondsen moeten nu genoeg geld in kas hebben om ook in de toekomst pensioenen te kunnen betalen. De uitkeringen laten meestijgen met de inflatie lukt vaak al niet meer en er dreigt voor miljoenen mensen zelfs een korting in 2017, zo bleek uit een analyse van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB).

Dit en volgende kabinetten zullen moeten schipperen tussen zorgvuldigheid en een stevig tempo.

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend

Lees meer over:

Columns Pieter Derks

Columns Pieter Derks
Cabaretier Pieter Derks duidt en verwerkt maandelijks het nieuws van de voorbije weken. 

Over NUweekend

Over NUweekend
Op NUweekend vindt u iedere week een selectie achtergrondverhalen, analyses of mooie interviews.
Tip de redactie