Zo ziet armoede in Nederland eruit

Tijdens acties als Serious Request bekruipt veel mensen het gevoel dat er wel geld wordt ingezameld voor mensen in bijvoorbeeld Afrika, terwijl het ook niet goed is gesteld met armen in Nederland. Maar hoe ziet armoede in ons land er eigenlijk uit?

"Je moet voldoende geld hebben om rond te komen, om al je strikt noodzakelijke uitgaven te kunnen doen. Zoals een dak boven je hoofd, eten en drinken. Maar daarnaast is juist sociale participatie een hele goede indicator van de perceptie van armoede", vertelt woordvoerder Annemarie Koop van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).

"Meedoen betekent dat je kunt sporten of op muziekles kunt. Maar ook dat je een computer of televisie hebt, zodat je de buitenwereld binnen kunt krijgen." Iemand die met heel weinig geld toch mee kan doen, hoeft zich volgens Koop niet per se arm te voelen. 

"Je bent arm op het moment dat je niet in staat bent om gewoon te participeren in de samenleving. En dat de problemen die voortkomen uit een gebrek aan geld je de hele dag bezighouden", meent voorzitter Joke de Kock van brancheorganisatie NVVK voor de schuldhulpverlening. 

"Als je arm bent, kun je je kinderen niet meer vanzelfsprekend mee laten gaan met een schoolreisje. Dan kun je je kinderen geen hulpmiddelen geven zoals een bril. Of mensen hebben geen geld om hun identiteitsbewijs of paspoort te verlengen. Dat zijn gewoon heel eenvoudige dingen die niet meer lukken."

“Ik vind dat wij in een rijk land als Nederland de basale voorzieningen toegankelijk moeten maken.”
Joke de Kock

Armoede is een subjectief begrip

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) spreekt liever van huishoudens met een laag inkomen dan van arme gezinnen. "Dat is vooral omdat armoede een heel subjectief begrip is in een rijk land zoals Nederland. Fysieke armoede komt hier niet of nauwelijks voor: dat je geen dak boven je hoofd hebt of dat je honger of kou moet lijden", legt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS uit.

Daarom gaat het CBS uit van een minimaal inkomen dat iemand nodig heeft voor basisbehoeften die we in Nederland normaal vinden. Dit kwam vorig jaar neer op een inkomen van minimaal 1.020 euro voor een alleenstaande en 1.920 euro voor een gezin met twee kinderen. "Als je onder die inkomensgrens zit, dan zeggen wij dat er sprake is van kans op armoede", aldus Van Mulligen.

De bijstandsuitkeringen liggen overigens onder die grensbedragen. Vorig jaar ontvingen gehuwden een uitkering van bijna 1.360 euro en alleenstaanden inclusief gemeentelijke toeslag rond de 950 euro. Maar dit is meestal niet het uiteindelijke bedrag waar deze groepen van moeten leven, omdat ze vaak recht hebben op inkomensondersteuning zoals huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en verschillende gemeentelijke regelingen.

Een op de tien huishoudens heeft een laag inkomen

Het CBS meldde eerder deze week dat ruim een op de tien huishoudens vorig jaar moest rondkomen van een laag inkomen (maximaal 1.020 euro per maand voor een alleenstaande en 1.920 euro voor een gezin met twee kinderen). Dat komt neer op 734.000 huishoudens. Het waren er iets meer dan in 2013. 

De groep die langdurig, al minstens vier jaar achtereen, van een laag inkomen moet rondkomen, is wel fors gestegen. Het ging vorig jaar om ruim 217.000 huishoudens. Een toename van 24.000. "Dit zijn de mensen die aan begin van de crisis arm werden, omdat ze hun baan kwijtraakten en in de bijstand raakten. En veel van hen zitten nog steeds onder die lage-inkomensgrens."

Armoede is niet gelijk verdeeld

Verder blijkt dat de armoede niet gelijk over Nederland verdeeld is. Met uitzondering van Utrecht, wonen armere huishoudens vooral in de grote steden. Ook zijn ze oververtegenwoordigd in kleinere gemeenten in het noordoosten en in Flevoland.

Huishoudens in Rotterdam hebben de grootste kans op armoede. In 2013 had bijna een op de vijf Rotterdamse huishoudens een laag inkomen. Amsterdam, Groningen, Den Haag, Vaals, Arnhem, Enschede, Heerlen, Leeuwarden en Nijmegen maken de top tien compleet. 

De armoede is in Nederland relatief beperkt

"In vergelijking met het buitenland is de armoede in Nederland heel laag. In heel Europa is de armoede alleen in Tsjechië lager", zegt Van Mulligen.

"Het is wel zo dat die 10 procent wat hoger is dan in de jaren voor de crisis. Want toen stond het op een gegeven moment op 7,5 procent. Dat is in een paar jaar fors opgelopen en dat had natuurlijk alles te maken met de crisis. Maar ondanks die stijging is de armoede in Nederland nog steeds heel erg laag", nuanceert de hoofdeconoom. 

"De stijging van de armoede is vorig jaar afgevlakt en ook voor 2015 en 2016 is de verwachting dat dit min of meer constant blijft tot iets daalt." Hij waarschuwt wel dat het Centraal Planbureau (CPB) vrij sombere verwachtingen heeft over de werkloosheid.

"Dat is extra slecht nieuws voor mensen die onder die lage-inkomensgrens zitten", stelt de hoofdeconoom. "Er zitten veel laagopgeleiden (mbo-niveau 1 en lager) bij, ook mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn of een andere arbeidshandicap hebben. Dat zijn sowieso mensen die het al moeilijk hebben om een baan te vinden."

En juist het vinden van een baan is volgens Van Mulligen essentieel. "Betaald werk is in feite de beste remedie tegen armoede. Want er zijn in Nederland maar heel weinig mensen die betaald werk hebben en toch onder die armoedegrens zitten."

“Van alle kinderen die zelf opgroeien in een gezin met een laag inkomen, heeft vijf op de zes later geen laag inkomen meer.”
Peter Hein van Mulligen

De statistiek over kinderen in armoede zegt iets anders

De statistieken over kinderen in armoede geven een ander beeld. Een op de acht kinderen groeit op in relatieve armoede. Het waren 421.000 kinderen in 2014.

"Een op de acht is wel veel. Want algeheel is de armoede gestabiliseerd, maar onder kinderen absoluut niet. En het aantal kinderen in langdurige armoede is zelfs met 14 procent gestegen in een jaar tijd", vertelt Van Mulligen. "Op iedere schoolklas zijn dat toch drie kinderen. En bij een daarvan is het al minstens vier jaar zo."

"Het is in Nederland gelukkig niet zo dat als je voor een dubbeltje geboren wordt, dat je dan nooit een kwartje wordt. Van alle kinderen die zelf opgroeien in een gezin met een laag inkomen, heeft vijf op de zes later geen laag inkomen meer."

"Maar het is wel zo dat kinderen met een laag inkomen later een grotere kans hebben om later ook zelf een laag inkomen te hebben. Het is iets dat generaties wordt doorgegeven, maar het is geen garantie. In Nederland is de sociale dynamiek nog wel zodanig dat er altijd de kans is om het later beter te doen dan je ouders."

“Alle oplossingen die er zijn, zoals een voedselbank, zijn soms gewoon bittere noodzaak.”
Annemarie Koop

Voedselbanken blijven toch nodig

Volgens de meest recente cijfers van Voedselbanken Nederland voeden de 157 voedselbank wekelijks 94.000 mensen. Twee op de vijf van deze groep zijn kinderen. Vorig jaar hebben 37.000 huishoudens voedselpakketten aangenomen.

Volgens staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken zou het "geweldig" zijn als voedselbanken niet meer nodig zijn. Toch ziet ze dat niet gauw gebeuren.

"Op dit moment klauteren we het uit het dal en hebben gewoon veel mensen extra hulp nodig. Dat komt voor een deel van de overheid en voor een deel vanuit vrijwilligers en vanuit fondsen", zei de bewindsvrouw eerder deze maand tegen de regionale zender L1. De overheid stelt structureel 100 miljoen euro beschikbaar voor het bestrijden van armoede. 

"We hebben in ons land gelukkig ook een goed vangnet en dat heet de bijstand. Niemand hoeft echt van de honger om te komen", legt Klijnsma uit. "Maar als je altijd gewend was om meer uit te geven en je ineens terug moet naar de bijstand, dan is dat echt geen vetpot. Je kunt je er net van redden, maar dan kun je echt helemaal niks extra's doen. Zeker als je kinderen hebt, is dat wel heel zwaar."

Koop van het Nibud erkent dat de voedselbanken nodig blijven voor met name bijstandsgerechtigden. "Ze hebben gewoon weinig reserves. Dus iedere tegenvaller, een kapotte wasmachine of auto, komt veel harder aan dan bij Jan Modaal. Dan zijn alle oplossingen die er zijn, zoals een voedselbank soms gewoon bittere noodzaak."

Wat er beter kan

"Ik vind dat wij in een rijk land als Nederland de basale voorzieningen zoals huur en zorg toegankelijk moeten maken zonder dat er inkomensondersteuning voor nodig is. Ik vind dat de basale voorzieningen van het leven moeten passen in ieders budget", zegt De Kock van NVVK.

"Er zijn mensen die met hun fulltime werk onvoldoende verdienen en geld nodig hebben van de Rijksoverheid om hun vaste lasten te kunnen betalen. Dat vind ik misschien wel het meest schrijnende van allemaal: dat je fulltime werkt, je maximaal inzet en dat je inkomen dan nog onvoldoende is om gewoon de vaste lasten te betalen."

Wat Koop betreft moeten de overheid en bijvoorbeeld zorgverzekeraars en energiebedrijven wat verder kijken dan alleen naar betalingsachterstanden. Zij zouden sneller betalingsregelingen kunnen voorstellen, om te voorkomen dat mensen boetes en een deurwaarder op bezoek krijgen.

"Mensen die het geld niet hebben, hebben het ook niet als ze een boete krijgen en ook niet als ze nog een boete krijgen en de deurwaarder op de stoep staat. Het is belangrijk dat er gekeken wordt hoe je dan samen zo constructief mogelijk kunt kijken naar oplossingen."

Ook het standaard meer rekening houden met kwetsbaarheden zou kunnen helpen. "Bijvoorbeeld dat je automatisch niet rood kunt staan, tenzij je dat zelf aanvraagt. Maar ook het aanmoedigen van sparen: je spaart een vast deel van je inkomen, tenzij je zegt dat je dat niet wilt. Zo kunnen er allerlei zaken standaard worden gemaakt om mensen te helpen bij hun goede gedrag."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend

Lees meer over:

Columns Pieter Derks

Columns Pieter Derks
Cabaretier Pieter Derks duidt en verwerkt maandelijks het nieuws van de voorbije weken. 

Over NUweekend

Over NUweekend
Op NUweekend vindt u iedere week een selectie achtergrondverhalen, analyses of mooie interviews.
Tip de redactie