Een berg Tour de France-statistieken om indruk mee te maken

101 edities van de Tour de France leveren ontelbare statistieken op. Zo legde het peloton 429.968 kilometer af in de historie van de Ronde van Frankrijk. Een week voor de start in Utrecht, een overzicht van enkele trends die we destilleren uit de berg cijfers.

1. Tourstarts in het buitenland

Nederland organiseert al voor de zesde keer het Grand Départ. In geen enkel ander land buiten Frankrijk werd de Tour de France zo vaak op gang geschoten. België en Duitsland completeren de top drie met respectievelijk vier en drie starts.

Amsterdam vormde in 1954 het decor van de eerste buitenlandse Tourstart. Nadien keerde het peloton nog vier keer terug naar Nederland voor het Grand Départ: in 1973 (Scheveningen), 1978 (Leiden), 1996 (Den Bosch) en 2010 (Rotterdam).

2. Renners uit steeds meer landen nemen deel…

In 1985 namen renners uit slechts vijftien landen deel aan de Tour. De elf Colombianen zorgden voor de enige exotische component, naast de traditionele machtsblokken Frankrijk (45 renners), België (42) en Spanje (28).

Het aantal landen in de Tour is in de voorbije drie decennia langzaam toegenomen. In de editie van 2014 prijkten 34 verschillende nationaliteiten op de startlijst, een evenaring van het record van een jaar eerder. Onder meer Japan, Argentinië, China en Kroatië leverden afgelopen jaar één of meerdere deelnemers.

3. ….maar Europa blijft dominant

Van een Aziatische of Afrikaanse machtsgreep is zeker nog geen sprake. In 1985 kwam negentig procent van de coureurs uit Europa, in 2014 bedroeg dit percentage nog altijd 86. Nog nooit verzorgde Azië of Afrika meer dan één procent van het deelnemersveld.

Vorig jaar gaven nog 'gewoon' 44 Franse renners acte de presence.

In de voorbije Tour-edities kreeg Europa alleen een beetje concurrentie van Oceanië en Noord-Amerika. In de jaren waarin Cadel Evans en Lance Armstrong furore maakten, steeg het aantal deelnemende Australiërs en Amerikanen.

Gedurende de tweede helft van de jaren tachtig werd de gemiddelde niet-Europeaanse deelnemer geboren in Zuid-Amerika. In 1986 verschenen liefst 26 renners uit Colombia aan het appel. Het aantal Colombiaanse renners is de afgelopen jaren flink gedaald.

Frankrijk is in de Tourhistorie altijd hofleverancier geweest, op de periode 1994-1999 na. In dat lustrum werden de Fransen in omvang afgetroefd door de Italianen. In 1996 begonnen liefst 61 Italianen aan de drieweekse ronde.

Het aantal Tour-deelnemers is in de periode 1985-2014 altijd redelijk stabiel geweest, met 180 renners als zeldzaam minimum en 210 coureurs als eenmalig maximum.

4. Nederland zit in de lift

Begin deze eeuw bleef Nederland altijd onder de tien deelnemers. De 'Oranje-coureurs' leken de voornaamste slachtoffers van de voortschrijdende versplintering.

In de afgelopen jaren flirtte Nederland echter met de grens van twintig vertegenwoordigers. Niet alleen door extra Nederlandse ploegen (Rabobank kreeg in 2012 gezelschap van Vacansoleil-DCM en Argos-Shimano), maar ook door Nederlanders in buitenlandse dienst.

Het record uit 1989 is nog niet in gevaar. In het jaar van de tweede Tourwinst van Greg Lemond stonden er liefst dertig Nederlanders aan de start. Dat de verhoudingen op dit vlak snel wijzigen, blijkt uit het feit dat er een jaar later nog maar negentien Nederlanders een rugnummer kregen opgespeld.

5. Ervaring steeds belangrijker

De gemiddelde leeftijd van de Tourwinnaars sinds de Tweede Wereldoorlog ligt op 27,77 jaar. In de afgelopen jaren is dit moyenne iets gestegen door de zeges van dertigplussers als Carlos Sastre, Evans en Bradley Wiggins.

Van de topfavorieten voor de editie van 2015 bevindt alleen Nairo Quintana (25) zich nog (royaal) in zijn 'twintiger jaren'.

Toch is er van een trend nog geen sprake; in de hele Tourhistorie waren er wel periodes dat er enkele jaren relatief jonge of oude winnaars waren.

De gemiddelde Tourwinnaar wordt wel steeds ervarener. Tekenend voor de waarde van routine is dat het in 1983 (Laurent Fignon) voor het laatst gebeurde dat een debutant de Tour de France op zijn naam schreef. Tussen 1947 en 1983 was dat gemiddeld eens in de vijf jaar het geval.

De oudste Tourwinnaar sinds de Tweede Wereldoorlog is Cadel Evans met zijn 34 jaar en vijf maanden in 2011. Fignon (1983) en Felice Gimondi (1965) waren met hun 22 jaar de jongste laureaten in die periode.

De edities van voor de Tweede Wereldoorlog meegerekend is de Belg Firmin Lambot met zijn 36 jaar de oudste winnaar.

Aan de andere kant van het spectrum treffen we Henri Cornet, die in 1904 slechts 19 jaar was bij zijn triomf. De Fransman kreeg de zege in de schoot geworpen nadat de eerste vier renners werden gediskwalificeerd omdat ze af en toe de fiets voor de trein hadden verruild.

6. De gemiddelde snelheid is al jaren stabiel

Maurice Garin, in 1903 de eerste Tour de France-winnaar, haalde een gemiddelde snelheid van 25,68 kilometer per uur. En dat terwijl de eerste bergen pas zeven jaar later werden geïntroduceerd in de Tour.

Met zijn moyenne zou Garin in de Ronde van Frankrijk van 2014 elke dag uren hebben verloren; eindwinnaar Vincenzo Nibali noteerde immers een gemiddelde van 40,71 kilometer per uur.

Daarmee bleef Nibali nog altijd ruim een kilometer onder het record van Armstrong (41,83 kilometer per uur) uit 2005. Net als veel andere renners in die tijd gebruikte Armstrong doping, hetgeen een verklaring kan zijn voor de toegenomen gemiddelde snelheid in dat tijdperk. In de afgelopen jaren lag het moyenne relatief hoog omdat de traditionele wandeletappe (waarin het peloton een dagje gas terugneemt) lijkt te zijn verdwenen.

7. Tour 2015: tijdrijders in het nadeel

Een opmerkelijke statistiek in de komende Tour is het geringe aantal individuele tijdritkilometers: slechts 13,8. Deze worden meteen op de openingsdag in Utrecht 'verbruikt'.

De 13,8 kilometer - in bijna elke rittenkoers van betekenis komen de tijdrijders er beter vanaf - betekent een verpulvering van het laagterecord. De vorige Tour met de 'minste tijdritkilometers' was die van 2011, toen het peloton 42,5 kilometer alleen moest strijden tegen de klok. Dit jaar is er wel een ploegentijdrit.

En: 5 Tourrecords die niet snel worden verbeterd

- Dat van de langste etappe: 428 kilometer tussen Les Sables d'Olonne en Bayonne in 1920;

- Dat van het grootste verschil tussen de winnaar en de nummer twee: bijna drie uur tussen Maurice Garin en Lucien Pothier in 1903;

- Dat van de slechtste start van de titelverdediger: Pedro Delgado kwam in 1989 liefst 2.40 minuten te laat bij de proloog, tijd die hij daadwerkelijk moest inleveren;

- Dat van de oudste renner op het podium, de 40-jarige Raymond Poulidor in 1976;

- Dat van het aantal afgenomen Tour de France-zeges: zeven, van Lance Armstrong.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend

Lees meer over:

Columns Pieter Derks

Columns Pieter Derks
Cabaretier Pieter Derks duidt en verwerkt maandelijks het nieuws van de voorbije weken. 

Over NUweekend

Over NUweekend
Op NUweekend vindt u iedere week een selectie achtergrondverhalen, analyses of mooie interviews.
Tip de redactie