Een jaar ebola: vrees voor verslappen aandacht groeit

Maandag is het precies een jaar geleden dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de uitbraak van ebola in West-Afrika bevestigde. Na recente positieve berichten over de aanpak van de dodelijke ziekte, vreest de WHO nu dat de aandacht verslapt.

"We maken ons grote zorgen over het verschuiven van de aandacht", zegt Margaret Ann Harris van de WHO in gesprek met NU.nl. "De financiering van de hulp is een grote zorg. Donoren kunnen gaan denken dat andere zaken belangrijker zijn, maar als de fondsen opdrogen, staan we voor een ernstig probleem."

"Wat we nu al zien", vervolgt Harris, "is dat de donorgemeenschap ons het absolute minimum verstrekt. Donoren vragen ons welke donaties strikt noodzakelijk zijn."

Om kosten te besparen is het aantal bedden de laatste weken al teruggebracht. Enkele ebolacentra waar de laatste tijd geen nieuwe patiënten werden opgenomen, zijn inmiddels gesloten. 

Wel staan volgens de WHO altijd teams paraat om weer aan de slag te gaan in het geval van nieuwe besmettingen.

Ook het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen (AzG) bevestigen dat recentelijk verschillende ebolacentra zijn gesloten. Zo meldt AzG in de crisisupdate van vrijdag dat eind februari twee centra in Sierra Leone zijn gesloten, en dat er de komende weken en maanden meer zullen volgen. 

De uitbraak is nog altijd niet ten einde.

Harris benadrukt dat de ebolacrisis nog lang niet is bezworen. Terwijl Liberia sinds eind februari geen nieuwe gevallen van besmetting heeft gemeld, loopt het aantal besmettingen in Guinee de laatste tijd juist op.

In Sierra Leone komen er dagelijks nog bijna tien nieuwe gevallen van besmetting bij. De regering van het land heeft besloten 2,5 miljoen mensen opnieuw een straatverbod op te leggen om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan.

Harris benadrukt bovendien dat de drie West-Afrikaanse landen nagenoeg naadloos in elkaar overgaan en dat daarom ook in Liberia nog steeds nieuwe gevallen kunnen opduiken.

Normaliter kan na 42 dagen zonder nieuwe gevallen van besmetting gezegd worden dat de uitbraak ten einde is, maar in het geval van Liberia vindt Harris dat uitgegaan moet worden van een periode van drie maanden. 

Informatievoorziening blijft een probleem.

“Niet elke gemeenschap is overtuigd van onze goede wil”
Margaret Ann Harris, Wereldgezondheidsorganisatie

"Het vertrouwen winnen van de gemeenschappen gaat nog altijd zeer moeizaam", zegt Harris. "Niet elke gemeenschap is overtuigd van onze goede wil. Mensen denken bijvoorbeeld dat we een bedrijf zijn dat geld verdient aan de ebolabestrijding. Sommige mensen vertrouwen de hulpmedewerkers niet omdat hun zoon met een ebolabesmetting is weggevoerd en ze hem nooit terug hebben gezien."

Daarom werkt de WHO nu met antropologen, die de taal van de gemeenschap spreken en de cultuur kennen. "Zij moeten uren-, dagenlang luisteren naar de gemeenschap en vaststellen met wie ebolapatiënten contact hebben gehad voordat zij werden opgenomen.

De antropologen mogen niet tevreden zijn met een paar namen, maar dienen echt een lijst van minstens tien contactpersonen te verkrijgen. Zonder zo'n uitgebreide lijst bevechten we ebola in het donker."

Daarnaast werkt de WHO eraan om stigma's weg te nemen. Lokale hulpmedewerkers hebben bijvoorbeeld moeite om te aarden in hun gemeenschap, omdat ze hebben meegewerkt aan de begrafenissen van ebolaslachtoffers. 

Ook nabestaanden leven met veel angsten en vooroordelen vanwege traumatische ervaringen na een geval van besmetting binnen de familie. 

“De hardware staat er, maar de voorlichting moet nog goed doordringen”
Carla Brooijmans, ebola-coördinator Rode Kruis

Ook Carla Brooijmans, de ebola-coördinator van het Nederlandse Rode Kruis, ziet dat er op het gebied van voorlichting nog veel terrein valt te winnen. "De hardware staat er nu; er zijn bijvoorbeeld genoeg bedden en er is voldoende personeel, maar de voorlichting moet overal nog goed doordringen."

"In de regio heeft bijna iedereen nu wel over ebola gehoord, maar niet overal slaat de voorlichting ook echt aan. Maandag starten we daarom met een nieuwe campagne, 'Words against ebola', die zich voor een belangrijk deel richt op de stigma’s."

Ook vermoeidheid is een probleem.

Een ander probleem dat de WHO een jaar na de bevestiging van de uitbraak signaleert, is oververmoeidheid van hulpmedewerkers.

"Burnouts vormen zeker een punt van zorg", aldus Harris. "Hulpmedewerkers maken dagen van veertien tot zestien uur onder hoge emotionele stress. Er is helaas geen andere manier om dat te doen bij een ebola-uitbraak van deze omvang. We maken gebruik van een roteersysteem, zodat de medewerkers niet te lang op één plek werken en we bieden psychosociale hulp. Als mensen echt niet meer kunnen werken, gaan ze naar huis."

Brooijmans erkent het gevaar van oververmoeidheid, maar denkt niet dat de energie bij de hulpmedewerkers is weggeëbd. "We hebben onze beste mensen op de uitbraak gezet. Die moeten er natuurlijk wel weer een keer uit, maar ik denk dat het roteren helpt."

Als gevolg van de ebola-uitbraak kwamen volgens cijfers van de WHO meer dan tienduizend mensen om het leven in West-Afrika. Nog niet eerder stierven bij een uitbraak zo veel mensen. In totaal raakten 24.701 mensen besmet. Het virus bereikte ook Senegal, Nigeria en Mali, maar die landen wisten de uitbraak snel een halt toe te roepen.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend

Lees meer over:

Gerelateerde artikelen

Columns Pieter Derks

Columns Pieter Derks
Cabaretier Pieter Derks duidt en verwerkt maandelijks het nieuws van de voorbije weken. 

Over NUweekend

Over NUweekend
Op NUweekend vindt u iedere week een selectie achtergrondverhalen, analyses of mooie interviews.
Tip de redactie