Walcheren wil regelingen tegen armoede vereenvoudigen

Om de doeltreffendheid van het Walcherse armoedebeleid te evalueren hebben de gemeenten Vlissingen, Middelburg en Veere de klanttevredenheid en het gebruik van de inkomensondersteunende voorzieningen laten onderzoeken.

"De meeste regelingen worden goed gevonden”, concludeert de Vlissingse wethouder Sem Stroosnijder. “We moeten wel zorgen dat de regelingen de drempel naar werk niet verhogen."

Eind 2014 hebben de gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen het armoedebeleid Walcheren 2015-2018 vastgesteld.

Middelburg telt 2181 huishoudens (9,5 procent) met een inkomen tot honderdtien procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), in Vlissingen gaat het om 2.775 huishoudens (12,5 procent) en voor Veere om 313 huishoudens (3,3 procent). Landelijk is dit percentage twaalf procent.

Het Walcherse armoedebeleid bevat bijvoorbeeld regelingen voor bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en studietoeslag, de collectieve zorgverzekering gemeenten en het Jeugdsport- en cultuurfonds.

Samenwerking

De uitvoering van het armoedebeleid ligt grotendeels bij Orionis Walcheren.

Uit de evaluatie, waarbij de adviesraden Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en Sociale Cliëntenraad Walcheren (SCW) ook zijn betrokken, komt naar voren dat intensievere samenwerking met het Walcherse zorgloket Porthos de dienstverlening rondom inkomen, zorg en schuldhulpverlening kan verbeteren.

"Uit het onderzoek blijkt dat Orionis duidelijke informatie geeft", staat in de gemeentelijke nota over de evaluatie.

"Klanten zijn tevreden over bereikbaarheid, wachttijden aan de telefoon, openingstijden en vriendelijkheid van de medewerkers." Verbeterpunten zijn het verkorten van de beslistermijnen en het vereenvoudigen van de (aanvraag)procedures. "Die zijn ingewikkeld en mensen moeten veel gegevens verstrekken."

Vereenvoudigen

De doelgroep weet de meeste regelingen volgens Stroosnijder goed te vinden, maar het kan altijd beter. Daarom willen de gemeenten duidelijker over de regelingen communiceren en de procedures voor de toegang vereenvoudigen.

Door de inkomensgrenzen voor bepaalde minimaregelingen te verhogen, verbetert de balans tussen werkaanvaarding en armoedeval, staat ook in de evaluatie.

Als iemand door het vinden van werk een inkomen krijgt boven de honderdtien procent van het Wsm, mag hij of zij er niet op achteruit gaan doordat ze voorzieningen missen.

Drempel

Regelingen die hiervoor in aanmerking komen zijn de Collectieve Zorgverzekering Gemeenten (CZG), bijzondere bijstand en de participatieregeling voor kinderen (fonds cultuur, sport en onderwijs). "Voor de CZG en kindregeling kan de inkomensgrens opgetrokken worden van honderdtien naar honderddertig procent."

Voor de bijzondere bijstand willen de gemeenten een staffelmethode invoeren; een lagere vergoeding naarmate het inkomen stijgt. "We moeten ervoor zorgen dat regelingen de drempel naar werk niet verhogen", zegt Stroosnijder.

Tip de redactie