Zestig jaar op Vlissingse boule, maar nog steeds geen strandmens

Het grootste deel van het jaar heeft Alice Boom (84) weinig overburen. Op een zonnige dag zijn het er soms duizenden. Zij woont al tweeënzestig jaar op de boulevard in Vlissingen. Toch is de geboren Apeldoornse nooit een strandmens geworden en voelt ze zich ook geen Zeeuwse.

Alice Boom loopt kwiek de trappen op vanaf het souterrain naar de woonkamer. “Ik was tweeëntwintig en acht maanden zwanger van mijn oudste zoon toen we vanuit Amsterdam naar Vlissingen verhuisden”, vertelt ze.

“We hadden een gemeubileerde bovenwoning aan de andere kant van het Brit (voormalig hotel, redactie). Mijn man nam in 1955 een praktijk waar van een zenuwarts, zo heette dat toen nog. We zijn hier nooit meer weggegaan."

Al snel kocht het paar het huis waar mevrouw nu nog woont. "We vonden het hier geweldig! Mijn man had hier veel gelegenheid om praktijk te doen en werkte veertig jaar voor het ziekenhuis in Vlissingen als psychiater. In 1992 moest hij, met tegenzin, stoppen toen hij vijfenzestig werd.”

Toen Tom en Alice Boom zich aan de boulevard vestigden verkeerde hotel Britannia nog in de wederopbouwfase na de verwoestingen in november 1944.

“Er was toen een leuk kinderprogramma op de televisie. Omdat wij nog geen tv hadden gingen we met onze drie kinderen naar het Brit op zaterdagmiddag. De kinderen keken er tv en wij deden een borreltje. Zo bezien is de komst van de televisie wel een verarming van het sociale leven”, filosofeert Alice Boom.

Zandbak

“De kinderen speelden op de brede stoepen van de boulevard. Er waren hier veel kinderen. Links was een badhokje waarvoor je moest betalen. Mijn kinderen vonden het strand maar matig leuk. Ze gingen wel zwemmen, maar speelden daarna liever in de tuin, in de zandbak.” Ze lacht erom. “Het strand was te groot voor ze, denk ik.”

Hoogbouw is op de boulevard niet tegen te houden en nieuwbouw vindt Alice Boom leuk. “Het trekt mensen. Het kan hier ook erg stil zijn hoor!"

Boom herinnert zich nog het terrasje van de ongehuwde zussen Maters, een paar huizen verderop. "Tot 1975 waren zij de uitbaters van een populaire tearoom. Ik was een beetje bang van die twee, omdat ze mij, als vrouw van de psychiater, altijd probeerden uit te horen.”

Groen

Haar man was extravert en dol op tuinieren. Boom miste het groen en de hei van haar jeugdjaren op de Veluwe. “Het vaarwater en de schepen zijn nooit saai, maar we misten wat. Daarom kocht mijn man in de jaren zestig in Arnemuiden, vlakbij het Veerse Meer, ruim vijf hectare grond."

Dit grasland hebben ze samen beplant. "Er is nu een arboretum, fruitbomen, schapenweide, grote schuur en een houten huisje. Nog steeds ga ik er zo vaak mogelijk met mijn auto heen.”

Ze vindt het erg dat ze het onderhoud niet meer kan doen en dat de boel verwaarloost. “Die bramenstruiken gaan ook zo hard.” Binnenkort geeft ze het beheer van Boom en Bos over aan haar drie kinderen. “Dan ga ik er gewoon nog genieten en voor de rest blijf ik op de boulevard.”

Tip de redactie