Noord-Bevelandse en Borselse jeugd gebruikt meeste harddrugs

Van de Zeeuwse scholieren gebruiken die in Noord-Beveland en Borsele de meeste harddrugs. Softdrugs gebruiken Vlissingse en Schouwen-Duivelandse jongeren het meest. Ten opzicht van voorgaande jaren gebruiken jongeren wel minder hard- en softdrugs.

Dat blijkt uit onderzoek over 2015 van de Zeeuwse Jeugdmonitor van ZB Planbureau en Bibliotheek van Zeeland. 

Antwoordde in 2007 nog twintig procent van de derdeklassers uit het voortgezet onderwijs ooit wel eens hasj, wiet of marihuana te hebben gebruikt of geblowd, in 2015 was dit aandeel veertien procent. Dat is iets minder dan in 2011 (vijftien procent).

Uit de cijfers blijkt dat scholieren uit Schouwen-Duiveland (21 procent) en Vlissingen (achttien procent) het vaakst wiet, marihuana of hasj hebben gebruikt.

Leerlingen uit het vmbo gebruikten vaker dan havisten en vwo-ers. Dit geldt ook voor jongens ten opzichte van meisjes en 16-jarigen ten opzichte van jongere leerlingen.

Van alle scholieren antwoordde acht procent in de laatste vier weken voor het onderzoek (voorjaar 2015) softdrugs te hebben gebruikt. Deze middelen verkregen ze vooral via vrienden.

Harddrugs

Zeeuwse scholieren gebruiken ook minder harddrugs; cocaïne, paddo’s, GHB en heroïne. Lachgas is in drie procent van de gevallen gebruikt. Dit middel is bij de vorige peiling nog niet meegenomen.

Vmbo’ers en havisten gebruiken beduidend vaker harddrugs dan scholieren in het vwo. Dit geldt ook voor 16-jarigen ten opzichte van jongere leerlingen.

De gemeenten Noord-Beveland (twaalf procent) en Borsele (negen procent) telden opvallend veel meer gebruikers dan het gemiddelde van vijf procent.

Voorlichting

Dat er in 2015 minder drugs zijn gebruikt, kan liggen in het feit dat er veel aan voorlichting en preventie wordt gedaan. Indigo en GGD Zeeland werken hiervoor samen met gemeenten, politie, de Centra voor Jeugd en Gezin en jeugd- en jongerenwerkers. Ze maken per gemeente of per school een aanbod op maat.

Klik hier voor meer informatie over het onderzoek.

Tip de redactie