Koninklijke onderscheidingen bij afscheid Kamerleden

De nieuwe Tweede Kamer wordt donderdag beëdigd, maar eerst wordt er afscheid genomen van 71 leden die niet willen terugkeren, niet op de lijst zijn gezet of door de verkiezingsuitslag geen plek meer hebben. Twaalf van hen kreeg een Koninklijke onderscheiding.

Kamervoorzitter Khadija Arib, die haar termijn waarschijnlijk voortzet, noemt het moment beladen. "Het hoort bij de politiek, maar het is niet gemakkelijk."

Ze spreekt alle vertrekkende Kamerleden toe, waarop de aanwezigen in de plenaire zaal op de tafeltjes roffelen om hun waardering en sympathie te benadrukken.

Arib doet dat voor iedereen kort en persoonlijk. "Eric Smaling, u bent de grote vriendelijke reus van het parlement. Als u naar het spreekgestoelte liep, haastten de bodes zich om die hoger te zetten. De volgende spreker had dan een probleem, want die was bijna niet meer zichtbaar", zegt Arib over de boomlange SP'er.    

Het was in sommige gevallen emotioneel. Er waren tranen toen Arib PvdA'er Sultan Günal-Gezer toesprak en haar sterkte toewenste na het overlijden van haar man. Bij het volgend vertrekkend Kamerlid werd er alweer gelachen. 

Lintjes

Aan het einde van de toespraken, maakte Arib bekend dat twaalf vertrekkend Kamerleden worden geridderd in de Orde van Oranje-Nassau vanwege hun bijzondere verdiensten voor de samenleving.

Betty de Boer (VVD), Lea Bouwmeester (PvdA), Brigitte van der Burg (VVD), Yasemin Cegerek (PvdA), Angelien Eijsink (PvdA), Lutz Jacobi (PvdA), Anouchka van Miltenburg(VVD), Daniël van der Ree (VVD), Karin Straus (VVD), Grace Tanamal (PvdA), Roos Vermeij (PvdA) en Agnes Wolbert (PvdA) kregen van Arib de Koninklijke onderscheiding opgespeld.

Verhoudingen

De nieuwe Kamer bestaat uit 54 vrouwen (36 procent) en 96 mannen (64 procent). Bij de vorige verkiezingen in 2012 was die verdeling iets minder scheef. Toen zaten er vier vrouwen meer in het parlement (39 procent).

Ook de geografische verhoudingen zijn enigszins uit het lood geslagen. De Randstedelijke provincies (Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht) zijn oververtegenwoordigd. 

Het tegenovergestelde geldt voor Friesland, Drenthe, Overijssel, Zeeland, Gelderland en Noord-Brabant, blijkt uit gegevens van Parlementair Documentatiecentrum in Leiden waar de Volkskrant woensdag over schrijft.

Met de afspiegeling van Nederlanders met een Turkse en Marokkaanse achtergrond zit het in de nieuwe Kamer wel goed. 

Surinamers en Antillianen met een Nederlands paspoort zien juist weinig Kamerleden met dezelfde achtergrond terug.

Tip de redactie