Overzicht: Doorrekeningen verkiezingsprogramma's per partij

Het Centraal Planbureau (CPB) rekende de meeste verkiezingsprogramma's door op effecten op werkgelegenheid, overheidssaldo, economie en koopkracht.

VVD

Vooral werkenden profiteren bij de VVD in koopkracht: 1,2 procent in de plus. De uitkeringsgerechtigden dalen juist met 1,2 procent. Gepensioneerden stijgen met 0,4 procent.

De inkomensongelijkheid stijgt door de plannen van de VVD. Dit komt onder andere door het bevriezen van het minimumloon en lagere uitkeringen. 

De werkloosheid daalt met 0,4 procent extra in deze kabinetsperiode door de plannen van de VVD. Op langere termijn stijgt de werkgelegenheid met 3,5 procent. Dit komt onder andere door de optie om de AOW later in te laten gaan.

De VVD verlaagt de overheidsuitgaven met 4,3 miljard, onder meer door bevriezen uitkeringen, bezuinigingen op de huurtoeslag, de publieke omroep en internationale samenwerking.  

De VVD wil een collectieve lastenverlaging van 12 miljard. De lasten voor bedrijven stijgen wel met 2,7 miljard door een hogere verhuurderheffing voor woningcorporaties. Gezinnen betalen juist 14,7 miljard minder belasting. De lasten op inkomen en arbeid gaan bij de VVD met 14,2 miljard omlaag.

PvdA

Bij de PvdA profiteren vooral de lage inkomens in koopkracht, maar ook de hogere inkomens gaan er op vooruit. Onder andere het afschaffen van het eigen risico in de zorg heeft een positief effect op de koopkracht. De inkomensongelijkheid daalt hierdoor bij de PvdA. 

Op de langere termijn hebben de plannen van de PvdA weinig effecten op de werkgelegenheid. Op korte termijn heeft het pakket wel een voordelig effect, onder andere door de gesubsidieerde banen en intensiveringen in het onderwijs.

De PvdA verhoogt de overheidsuitgaven met 22,2 miljard, vooral door hogere uitgaven aan sociale zekerheid (5,7 miljard voor verhoging AOW, hogere kinderopvangtoeslag). Ook wil de partij 40.000 extra gesubsidieerde banen en een impuls voor het onderwijs van 2,6 miljard.

De PvdA wil een collectieve lastenverzwaring van 10 miljard. De rekening wordt vooral betaald door bedrijven: 17,4 miljard. Gezinnen betalen juist 7,9 miljard minder. De lasten op arbeid en inkomen gaan met 1 miljard omlaag.

SP

De koopkracht van lage inkomens verbetert bij de SP, hoge inkomens leveren juist in. Dat is vooral een gevolg van de inkomensafhankelijke zorgpremie. Ook de hogere vierde belastingschijf draagt hier aan bij. 

De SP verkleint de inkomensverschillen het meest vergeleken met alle andere doorgerekende programma's.

De partij investeert in de zorg en sociale zekerheid. Dat kost de overheid in 2021 zo'n 16 miljard euro. Naar de zorg, de partij wil een Nationaal Zorgfonds optuigen, gaat het meeste geld: 11 miljard euro. De werkgelegenheid stijgt in die sector daardoor met 1,4 procent per jaar.

De kosten voor de sociale zekerheid vallen hoog uit omdat de SP de minimumlonen en de daaraan gekoppelde uitkeringen met 10 procent wil laten stijgen en door de AOW-leeftijd terug te brengen naar 65 jaar.

Gezinnen betalen in de SP-plannen 7,6 miljard euro minder belastingen en premies doordat het belastingtarief in de eerste schijf wordt verlaagd en omdat de zorgpremie inkomensafhankelijk wordt. Hogere inkomens betalen met juist meer belasting.

Voor bedrijven stijgen de lasten met 12,6 miljard euro omdat onder meer de vennootschapsbelasting wordt verhoogd. De lasten op inkomen en arbeid gaan met 8,2 miljard euro omlaag.

CDA

Vooral de wat hogere inkomens gaan er op vooruit bij het CDA. Ook gaan werkenden er meer op vooruit dan uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden. De inkomensongelijkheid wordt groter bij het CDA.

Op langere termijn neemt de werkgelegenheid af bij het CDA, dit komt onder andere door "kindgerelateerde maatregelen", waardoor de werkgelegenheid van mensen met kinderen afneemt.

De overheidsuitgaven gaan bij het CDA met 3,9 miljard omhoog, onder andere door extra geld voor Defensie. De lasten gaan bij het CDA 6,5 miljard omlaag, zowel bij gezinnen als bedrijven. De lasten op inkomen en arbeid gaan met 6,1 miljard omlaag.

D66

Bij D66 gaan alle inkomensgroepen er ongeveer evenveel op vooruit. Wel profiteren werkenden en gepensioneerden meer dan uitkeringsgerechtigden. De snellere afbouw van de hypotheekrenteaftrek heeft een negatief effect op het koopkrachtbeeld. 

Al met al wordt de inkomensongelijkheid iets kleiner bij D66. 

De werkgelegenheid neemt zowel op de korte als op de langere termijn toe bij D66, onder andere doordat de AOW in de plannen van D66 later kan ingaan.

De overheidsuitgaven gaan bij D66 met 5,4 miljard omhoog, onder meer door extra geld voor onderwijs. Daar staat wel een bezuiniging op zorg tegenover. 

De collectieve lasten dalen met 3,4 miljard euro, waarbij gezinnen 7,4 miljard minder premies en belastingen betalen. Bedrijven gaan juist 3,8 miljard meer betalen. De lasten op inkomen en arbeid gaan met 10,8 miljard omlaag.

ChristenUnie

De ChristenUnie wil een vlaktaks met twee belastingschijven. Daardoor neemt de koopkracht van vooral middeninkomens toe. Ook gepensioneerden profiteren van een hogere ouderenkorting, uitkeringsgerechtigden houden meer over dankzij een hogere kinderbijslag. 

De inkomensverschillen worden door de plannen iets kleiner.

De collectieve lasten dalen in 2021 bij de ChristenUnie met 3,8 miljard euro. Gezinnen betalen 5,6 miljard euro minder belasting en premies, voor bedrijven stijgen de lasten met 1,2 miljard.

Veel geld (13,6 miljard) gaat naar lastenverlichting voor werknemers omdat de tarieven in box 1 (inkomen uit werk en woning) worden verlaagd. De belasting op vermogen en winst wordt met 2,3 miljard euro verhoogd.

Milieuvervuiling wordt zwaarder belast; er komt een kilometerheffing en een CO2-belasting. Dat levert bijna 5 miljard euro op.

Het eigen risico wordt met 100 euro verlaagd, maar de totale zorgkosten blijven onveranderd. Verder buigt de partij 3,4 miljard euro om bij de sociale zekerheid doordat de huurtoeslag vervalt en wordt verrekend in de huren. De uitgaven voor defensie worden met 2 miljard euro verhoogd.

GroenLinks

De lage- en middeninkomens gaan er bij GroenLinks meer op vooruit dan de hogere inkomens. Werkenden, gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden gaan er ongeveer evenveel op vooruit.

De werkgelegenheid op korte termijn en de structurele werkgelegenheid gaat bij GroenLinks in de plus, doordat mensen de optie krijgen de AOW later in te laten gaan.

De overheidsuitgaven gaan bij GroenLinks met 10 miljard omhoog, vooral door uitgaven in milieu (2,4 miljard), zorg (4,7 miljard) en onderwijs (2,8 miljard). Daar staat een bezuiniging op de zorgtoeslag tegenover: 5,1 miljard.

De collectieve lasten blijven bij GroenLinks per saldo ongewijzigd al worden de lasten wel verschoven van gezinnen naar bedrijven. 

De lasten op inkomen en arbeid worden met 26,4 miljard teruggeschroefd. Daar staat tegenover dat de lasten op vermogens en de milieubelastingen omhoog gaan.

Wil jij bij belangrijk nieuws in aanloop naar de verkiezingen een pushbericht ontvangen? Klik dan hieronder (in de NU.nl-app) op de filter 'Verkiezingsalert' en kies Mijn nieuws + pushbericht. 

Tip de redactie