Bijna 16.000 dierproeven door universiteit en UMC in 2015

Vorig jaar werden door de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht 15.897 dierproeven uitgevoerd. Dat is te lezen in het jaarverslag dierproeven Utrecht. De meeste dierproeven, 38 procent, worden gedaan voor fundamenteel onderzoek.

Volgens de wet mogen dierproeven alleen worden gedaan als het echt niet anders kan. Dat is dan ook het motto van het UMC en de universiteit. Deze partijen doen vooral medisch-biologisch en diergeneeskundig onderzoek.

Het onderzoek dient onder andere om voor mens en dier de veiligheid te vergroten en de kwaliteit van leven te verbeteren, vooral door ziekte te voorkomen of te genezen. Dierproeven zijn daarbij soms noodzakelijk, is te lezen op de site.

Dierproeven zijn nog nodig voor onderzoek naar de werking van de hersenen of het immuunsysteem, of naar ernstige ziekten, zoals kanker of hart- en vaatziekten, maar ook voor onderwijs zijn dierproeven nodig. Zo worden aankomend dierenartsen geleerd hoe ze een dier moeten behandelen, of worden chirurgen getraind in ingewikkelde operatietechnieken.

Het aantal dierproeven in 2015 verschilt niet veel met een jaar eerder. Binnen de Universiteit Utrecht leverde de faculteit Diergeneeskunde verreweg de grootste bijdrage aan het proefdiergebruik (43 procent).

Tip de redactie