Japanse tsunami werd veroorzaakt door ‘tegenschok’
UTRECHT – Wetenschappers denken te hebben achterhaald waarom de aardbeving van 11 maart voor de kust van Japan zo’n uitzonderlijk grote en verwoestende tsunami heeft veroorzaakt. Met een 9 op de schaal van Richter was de aardbeving zeer krachtig, maar dat verklaart niet alles.
Foto: Getty Images
Ten oosten van het Japanse eiland Honshu ligt een zogeheten ‘subductiezone’. De aardkorst is hier gebroken en het ene deel van de oceaanbodem schuift langzaam, in westelijke richting, onder het andere.
Deze beweging verloopt niet constant: de spanning tussen beide platen moet eerst voldoende opbouwen. Wanneer de wrijvingskrachten overwonnen zijn, komt de oostelijke plaat plotseling in beweging en schiet dan westwaarts onder de andere plaat door, de diepte in.
'Normale aardbeving'
De bovenliggende plaat gaat daarbij trillen en schudden, inclusief het Japanse vasteland. Het is precies wat er tijdens de eerste 40 seconden van de aardbeving op 11 maart gebeurde, zegt geofysicus Greg Baroza, van de Amerikaanse Stanford Universiteit.
Opwaartse terugvering
Daarna gebeurde iets opmerkelijkers. De bovenliggende plaat ging niet alleen trillen, maar begon zelf ook te verplaatsen. Dit gebeurde echter in tegengestelde richting, oostwaarts van het epicentrum vandaan - en ook omhoog.
Deze ‘tegenschok’ duurde 30 tot 35 seconden. De bij het onderzoek betrokken aardwetenschappers leggen in hun publicatie in Science uit dat deze beweging op 32 kilometer diepte begon en in de richting van de zeebodem vervolgens steeds verder versnelde.
Plotse bult op zeebodem
Daarbij werd in enkele seconden tijd een grote bult van los materiaal van de zeebodem bij elkaar geschraapt. Het bovenliggende zeewater werd hierdoor hard omhoog geduwd. Er ontstond zo een reusachtige golf in de oceaan. Deze golf rolde in alle richtingen weg en creëerde de metershoge tsunami tegen de nabijgelegen Japanse kust.


Startpagina