Erdogan verwijt Nederland gebrek aan kennis over jihadisme

Nederland en België begrijpen niet waar jihadisme precies voor staat. Dat stelt de Turkse president Recep Tayyip Erdogan in een interview met CNN.

De zender zond donderdagavond het exclusieve interview uit dat presentatrice Christiane Amanpour met het Turkse staatshoofd had. Zij vroeg hem onder meer naar Ibrahim El Bakraoui, een geradicaliseerde Belg die Turkije in juli uitzette naar Nederland.

Nederland verwijt Turkije bij het uitzetten niet duidelijk te hebben aangegeven dat El Bakraoui jihadistische neigingen had. "Om iemand die jihadistische intenties heeft te begrijpen, moet je wel eerst snappen wat het betekent", aldus Erdogan. "Nederland en België begrijpen niet waar jihadisme voor staat."

Turkije besloot volgens Erdogan tot uitzetting toen bleek dat El Bakraoui "in oorlogsgebied was geweest en daar gewond was geraakt". Die informatie heeft Turkije op verzoek gedeeld met België. Maar volgens Erdogan heeft België niets gedaan met die kennis.

Video: Erdogan: 'Nederland weet niets van jihad'

Veilige zone

Verder pleitte Erdogan in het interview voor het instellen van een veilige zone in het noorden van Syrië waar alle vluchtelingen binnen een paar jaar terug kunnen keren. "Ik ben even vastbesloten als ambitieus", aldus de Turkse president. "Ik hoop dat president Obama de potentie van het plan ziet."

Amanpour vroeg Erdogan ook naar ziijn reactie op een satirisch Duits lied. De variant op een hit van zangeres Nena bespot de Turkse president. Turkije heeft Duitsland om opheldering gevraagd. "Ik ben een open leider en politicus", aldus de president. "Maar kritiek en beledigen zijn twee verschillende dingen. Ook satire heeft zijn grenzen. Dit valt onder wat mij betreft onder laster: ook humor moet zich aan de grenzen van de wet houden."

Vrije pers

Het staatshoofd ontkende ten stelligste in oorlog te zijn met de pers in zijn land. Deze vraag stelde Amanpour omdat de laatste weken journalisten zijn opgepakt en kranten zijn overgenomen door overheidsfunctionarissen.

Erdogan verdedigde zich met het argument dat journalisten die hij aanpakt beticht worden van spionage. "In elk land zou een journalist worden gestraft als hij geheimen van een land deelt met de rest van de wereld", aldus Erdogan. "Illegale handelingen hebben een prijs, ook voor journalisten."

De president beklemtoonde geen problemen te hebben met kritische journalisten. Ook stelde hij nog steeds er op te vertrouwen dat Turkije in de toekomst deel uit gaat maken van de Europese Unie.

Onduidelijkheid

Begin deze week debatteerde de Tweede Kamer over de aanslagen in Brussel en de onduidelijkheid rond de uitzetting van El Bakraoui. Omdat minister Van der Steur niet alle informatie over de gang van zaken rond de uitzetting voorhanden had, wordt het debat volgende week hervat.

Hij zal zich dan moeten verantwoorden voor het feit dat hij de Kamer verkeerd heeft ingelicht over de herkomst van de informatie. Tegen de Kamer zei hij dat de informatie van de FBI afkomstig was, maar later bleek dat die door de New Yorkse politie met Nederland is gedeeld.

Tip de redactie