Informatie over aanslagplegers Brussel kwam niet via FBI

Informatie die Amerika aan Nederland heeft verstrekt over de radicale achtergrond van de gebroeders El Bakraoui, die zichzelf vorige week opbliezen in Brussel, kwam niet van de FBI maar van de inlichtingendienst van de New Yorkse politie. 

Minister Ard van der Steur erkent dat er "ten aanzien van de afzender van de informatie" een fout is gemaakt. 

"De Nederlandse liaison op de ambassade in Washington heeft het bericht ontvangen van een andere grote Amerikaanse opsporingsinstantie, namelijk de Intelligence Division van de New York Police Department", aldus Van der Steur. "De liaison heeft deze informatie zoals te doen gebruikelijk zonder vermelding van de herkomst doorgestuurd aan de Nationale Politie. Vervolgens is in Nederland aangenomen dat de informatie afkomstig zou zijn van de FBI."

De minister zegt navraag te zullen doen bij de New Yorkse politie waarom de informatie aan de Nederlandse autoriteiten werden verstrekt. 

Hij sluit politieke gevolgen niet uit nadat hij de Kamer verkeerd heeft ingelicht. "Dat kan altijd wel, maar dat is niet aan mij", aldus Van der Steur.

'Buitengewoon amateuristisch'

Oppositiepartijen in de Kamer reageren verontwaardigd. D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold is teleurgesteld dat er fouten zijn gemaakt: "Nederland rekent in deze onzekere tijden met gruwelijke aanslagen op de overheid, op betrouwbare informatie, zodat we gerustgesteld kunnen worden. Het is pijnlijk en verontrustend dat we daarin keer op keer teleurgesteld worden."

Sybrand Buma (CDA) noemt het optreden van Van der Steur "buitengewoon amateuristisch". "Nederland moet ervan uit kunnen gaan dat de minister die over veiligheid gaat op z'n minst weet met wie zijn organisatie gesproken heeft."

GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver: "Dit is een pijnlijke fout van Van der Steur. Het is ook pijnlijk dat we blijkbaar Belgische informatie over een terrorist die mogelijk in ons land verblijft moeten krijgen via de politie van New York."

Debat afgebroken

Van der Steur werd dinsdagavond door de Tweede Kamer aan de tand gevoeld over de aanslagen in Brussel. Vorige week werd duidelijk dat Turkije een van de broers, Ibrahim El Bakraoui, op 14 juli vorig jaar heeft uitgezet naar Nederland toen hij de Turks-Syrische grens probeerde over te steken.

De oppositiefracties wilden van de minister weten waarom de Nederlandse veiligheidsdiensten geen actie hebben ondernomen na de Amerikaanse waarschuwing voor de broers. De partijen snappen er niets van dat de minister blijft volhouden dat er geen fouten zijn gemaakt rond de uitzetting van Ibrahim El Bakraoui. 

Het debat werd op verzoek van de oppositie geschorst, omdat Van der Steur de feiten niet voorhanden had en geen duidelijkheid kon geven over de exacte gang van zaken.

De brief van Van der Steur laat volgens Buma zien dat het debat dinsdag "niet voor niets is afgebroken". "Er staan nog veel vragen open, eerst moeten nu alle feiten boven tafel." 

Tip de redactie