'Zenuwgas sarin gebruikt bij chemische aanval Syrië in april'

Bij de chemische aanval op de Syrische stad Khan Sheikhoun op 4 april is gebruik gemaakt van het zenuwgas sarin. Dat blijkt uit een vrijdag gepubliceerd onderzoek van de internationale waakhond voor chemische wapens.

"We veroordelen deze gruweldaad die in strijd is met de internationale regels", verklaart voorman Ahmet Uzumcu van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). "De daders moeten verantwoordelijk worden gehouden voor hun misdaad."

Meer dan negentig mensen kwamen om het leven bij de aanval in de provincie Idlib. Het leidde tot internationale verontwaardiging. Beelden van stervende kinderen gingen de wereld over.

De internationale waakhond voor chemische wapens heeft het voorval de laatste maanden onder de loep genomen. Daarbij is niet gekeken naar de daders van de aanval. De onderzoekers zijn niet ter plaatse geweest, dat zou te gevaarlijk zijn.

Ze hebben in plaats daarvan monsters onderzocht en getuigen geïnterviewd. De onderzoeksresultaten worden overgedragen aan een team van de Verenigde Naties dat de aanval nader onderzoekt, zo meldt persbureau AP.

Gevaar

In een reactie stelt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat het onderzoek een gevaarlijk gebruik van chemische wapens door het regeringsleger van president Bashar Al-Assad laat zien. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson zegt dat er geen twijfel is dat het regeringsleger achter de aanval zit.

De Syrische regering ontkent betrokkenheid bij de aanval. Volgens Assads bondgenoot Rusland is de aanval door tegenstanders georganiseerd om Assad te schaden.

Vergelding

Vijf dagen na de aanval voerde de VS een vergeldingsactie uit door een Syrische luchtmachtbasis te bestoken met raketten. Vanaf deze basis werd volgens de VS de chemische aanval uitgevoerd. Het was de eerste directe Amerikaanse aanval op het Syrische regeringsleger.

Syrië sloot zich in 2013 aan bij de OPCW na beschuldigingen van een chemische aanval in een buitenwijk van Damascus. In een internationale operatie die daarop volgde zou ruim 1.300 ton aan chemische wapens van het Syrische regime zijn vernietigd.

Terugkeren

Inmiddels zijn bijna een half miljoen Syriërs die op de vlucht waren geslagen voor oorlogsgeweld dit jaar teruggekeerd naar huis. Het overgrote deel, 440.000 mensen, was in Syrië zelf gebleven. Meer dan 31.000 mensen zijn vanuit buurlanden teruggegaan. Die cijfers bracht de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, vrijdag naar buiten.

De meeste mensen die terugkeerden, komen uit de steden Aleppo, Hama, Homs en de hoofdstad Damascus. Dat ze durven terug te keren geeft nog eens aan dat de veiligheidssituatie in delen van het land is verbeterd. Een woordvoerder van de UNHCR spreekt van "een significante trend en aanzienlijke aantallen".

Volgens gegevens die de UNHCR eerder naar buiten bracht, zijn meer dan vijf miljoen Syriërs op de vlucht geslagen door de burgeroorlog in hun land. Veruit de meesten verblijven in buurlanden. Bijna drie miljoen Syriërs zitten in Turkije. Het kleine Libanon herbergt officieel een miljoen Syrische vluchtelingen, maar het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk een stuk hoger aangezien lang niet iedereen is geregistreerd.

Lees meer over:
Tip de redactie