NOC*NSF focust op podiumplaatsen in Rio de Janeiro

ARNHEM - NOC*NSF heeft bij de verdeling van budgetten richting de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016 nog meer gefocust op sporten die kans maken op podiumplaatsen.

Dat maakte technisch directeur Maurits Hendriks dinsdag bekend in Papendal. De sportkoepel gaat van 180 topsportprogramma's naar 55. Die worden verdeeld onder 33 bonden in plaats van 58.

"De top tien van het medailleklassement halen is nog steeds reëel. Dat hebben we in Londen laten zien. We zaten er dichtbij, maar we zijn er nog niet", aldus Hendriks. Nederland werd in de Engelse hoofdstad dertiende op de medaillespiegel.

De sportbonden moesten voor 1 oktober een uitgebreid investeringsplan indienen waarin werd gekeken naar de potentiële sporters voor de Spelen in 2016 en de periode daarna. In die plannen werd ook gekeken naar de coaching en de internationale concurrentie per sport.

Uitdaging

NOC*NSF heeft de budgetten in de categorieën Podium, Potential en Talent ingedeeld. Voor de categorie Podium is nu bijna 75 procent van de gelden terwijl dat eerder 56,6 procent was.

De begroting van 157,7 miljoen over de komende vier jaar blijft gelijk. De topsporten krijgen er per jaar 6,1 miljoen euro bij omdat de subsidies van een aantal kleinere sporten geschrapt worden.

Zeilen, zwemmen, judo, roeien, hockey, paardenspringen, dressuur, langebaanschaatsen, korfbal en wegwielrennen voor vrouwen maken deel uit van de belangrijkste groep. Zeilen krijgt de beschikking over 1,8 miljoen, zwemmen heeft een ton minder. Ook judo en roeien komen met 1,5 en 1,4 boven de miljoen.

Hendriks: "Belangrijk is wel dat de bedragen niet stijgen. Er wordt van ons verwacht dat we beter gaan presteren met dezelfde middelen. In het licht van de trend in de samenleving is dat helemaal niet gek. Het is wel een stevige uitdaging."

Afbouwprogramma

Synchroonzwemmen, schoonspringen en trampolinespringen zitten in het zogenaamde afbouwprogramma. Dit betekent dat er in deze sporten voorlopig geen prestaties worden verwacht. De topsportgelden zullen binnen twee jaar worden afgebouwd naar nul euro.

Datzelfde geldt bij de heren voor waterpolo, basketbal en tafeltennis. Bij kunstrijden, badminton en boksen geldt dit voor zowel de dames als de heren. Squash bij de heren, softball en boksen krijgen ook geen geld meer.

"Er zijn harde besluiten genomen, maar er is zeker geen verschraling opgetreden", verzekert Hendriks. "We hebben laten zien dat we willen investeren in sporten die de komende jaren naar het podium willen toegroeien."

"Deze begroting laat ook zien dat we trots zijn op de diversiteit in de Nederlandse sportwereld", aldus Hendriks, die van mening is dat als Nederland de top tien ambitie waar wil maken er verder gekeken moet worden dan de zeven sporten die traditioneel voor de meeste medailles zorgen.

Besteedbaar

NOC*NSF biedt binnen de diverse sporten wel ruimte aan individuele gevallen die steun krijgen. Daar komen onder meer schermer Bas Verwijlen, discuswerper Erik Cadée en boksster Nouchka Fontijn komen daarvoor in aanmerking. Hendriks heeft als technische man nog een vrij besteedbaar budget om aan sporten of sporters toe te kennen.

Kijkend naar de budgetten per jaar gaat vooral het zwemmen erop vooruit. De sport in zijn geheel krijgt 700.000 euro meer. Judo krijgt ruim 350.000 euro extra. Roeien gaat er juist ruim anderhalve ton op achteruit.

De baanwielrenners kregen slecht nieuws. Het totaalbedrag zakt van bijna 840.000 euro naar 350.000. De meerkampers in het atletiek gaan van drie naar vier ton. Voor de BMX'ers gaat het andersom, van vier naar drie.

Het rugby sevens team gaat er procentueel het meest op vooruit. NOC*NSF dicht de vrouwen medaillekansen toe op de Spelen in Rio en verhoogt het budget van 72.000 euro per jaar naar 350.000.

Tip de redactie