Marleen Veldhuis leidt Oranje naar wereldrecords en goud

DUBLIN - Ze moet zelf nog aan haar status wennen. Maar Marleen Veldhuis heeft bij de EK kortebaan in Dublin haar naam in het internationale zwemmen definitief gevestigd.

De voormalige waterpolointernational leidde de Nederlandse estafetteploeg op de 4x50 meter vrij naar het goud en twee wereldrecords. Bovendien pakte ze met de zilveren medaille op de meter vrij met een tijd van 53,42 de eerste plak voor Oranje tijdens het toernooi.

Perplex

Tot ieders verbazing wist de Nederlandse ploeg vrijdagochtend in de series al het wereldrecord te verbeteren, het eerste van de vrouwen sinds de toptijd van de 4x110 yards van Cobie Buter, Klenie Bimolt, Ada Kok en Nel Bos van 1967. Veldhuis, Hinkelien Schreuder, Annabel Kosten en Chantal Groot doken met 1.38,13 onder 's werelds beste tijd die sinds 15 december 2000 met 1.38,21 op naam stond van Zweden.

"Ik stond perplex", bekende bondscoach Andre Cats. "We wisten dat een wereldrecord er in zat, maar ik had het nog niet in de series verwacht. Door de lactaatmetingen kon ik het scorebord maar met een half oog zien en dacht dat het niet klopte."

Gek

Ondanks het zware programma van Groot, Schreuder en Veldhuis (individuele nummers op de vlinder en vrij), wist het kwartet de tijd in de finale tot 1.37,52 aan te scherpen. Als een gelouterde international nam Veldhuis als slotzwemster haar verantwoordelijkheid en perste zich met 23,50 langs haar Zweedse concurrente. "Het was gewoon verstand op nul en knallen", lachte de inwoonster van Amsterdam. "Gelukkig duurt een 50 meter niet zo lang. Ik had geen idee hoe een wereldrecord zou voelen, het is heel gek."

Het had weinig gescheeld of het Nederlandse zwemmen had Veldhuis 'verloren' aan het waterpolo. Ze blonk in beide sporten uit en net op het moment dat ze voor het hardzwemmen wilde kiezen, kreeg ze een uitnodiging voor de nationale waterpoloselectie. Ze speelde zelfs een oefeninterland tegen Spanje, maar maakte toch de overstap toen ze limieten zwom voor de EK vorig jaar in Berlijn.

Sterke benen

Aanvankelijk kreeg haar studie aan de Technische Universiteit van Twenthe nog voorrang. Maar met de titel ingenieur bedrijfskunde achter haar naam richt ze zich nu bij het Amsterdamse TZA volledig op haar sportieve loopbaan. Haar door het waterpolo goed ontwikkelde beenslag is haar wapen. "Als ik geen sterke benen had, zou ik zeker niet zo hard gaan."

Bij de WK eerder dit jaar in Barcelona bewees Veldhuis al veel in haar mars te hebben met een zevende en achtste plaats in respectievelijk de finales van de 50 en 100 vrij. Bovendien zwom ze vorig weekeinde bij de US Open olympische limieten.

Nuchter

Met haar eerste individuele medaille op een groot toernooi bekroonde Veldhuis vrijdag in het National Aquatic Centre haar doorbraak. Ze leek aanvankelijk op deze 100 vrij al af te stevenen op het goud. Halverwege de race ging ze nog aan de leiding, maar werd uiteindelijk toch geklopt door de onbekende Française Metella, ,42 tegen 53,15. "Ik ging net iets te hard van start, daarom was ik aan het einde dood. Volgende keer beter", sprak de nuchtere Twentse.

Met haar optreden oogstte ze ook veel bewondering bij Pieter van den Hoogenband. De tweevoudig olympisch kampioen noemde haar een inspirator voor de hele ploeg. "Ze toonde ballen. Ik heb van haar genoten." Hij was ook tevreden over zijn optreden op de 100 meter vrij. Met 47,15 bleef hij onder zijn Nederlands record, dat al sinds 1999 op 47,20 stond. In de finale hoopt hij zaterdag de barrière van 47 seconden te breken.

Tip de redactie