Gemeenteraad akkoord met reddingsplan FC Utrecht

UTRECHT - De gemeenteraad van Utrecht is in de nacht van dinsdag op woensdag na een debat van 8,5 uur met een nipte meerderheid akkoord gegaan met het reddingsplan voor FC Utrecht. Toch staat daarmee nog niet vast dat de club daadwerkelijk is gered, want verantwoordelijk wethouder H. Spekman maakte bekend dat FC Utrecht eerst nog een resterend bedrag van 7,4 miljoen euro aan schulden moet wegwerken.

Die schulden staan onder meer uit bij de Rabobank en energiebedrijf Eneco. Pas als de schulden zijn weggewerkt, is Spekman bereid het reddingsplan te ondertekenen. Volgens de wethouder is het goed mogelijk dat de club daar op korte termijn in slaagt. Het reddingsplan werd opgesteld nadat begin dit jaar bekend werd dat FC Utrecht in grote financiële nood verkeerde.

Lening van 25 miljoen

Het plan houdt in dat de gemeente Utrecht een lening van 25 miljoen euro (tegen een gunstige rente) verstrekt aan Midreth, de bouwonderneming die bezig is met de verbouwing en uitbreiding van thuisbasis stadion Galgenwaard. Midreth kan met de lening het stadion van FC Utrecht kopen en een streep halen door de schulden die de club bij het bedrijf heeft.

FC Utrecht gaat de Galgenwaard vervolgens huren en bespaart daarmee ruim 2 miljoen euro op de jaarlijkse huisvestingskosten. In combinatie met andere - forse - bezuinigingen moet de begroting van de club daarmee sluitend worden. Dat is een voorwaarde van de voetbalbond KNVB voor deelname aan de competitie.

Financiële en juridische risico's

Bezwaren tegen het reddingsplan kwamen vooral van de oppositiepartijen GroenLinks, SP, D66, B&G, ChristenUnie en collegepartij VVD. Die maken zich meer dan de collegepartijen Leefbaar Utrecht, PvdA en CDA zorgen om de financiële en juridische risico's voor de gemeente. Zo moet de gemeente tijdens de aflossingsperiode van 15 jaar garant staan voor de betaling van de huur door FC Utrecht aan Midreth.

Ook hebben de critici hun twijfels over de waarde van het stadion als onderpand voor de lening, vrezen ze nog 'financiële lijken in de kast' en problemen met Europese regels. Verder zetten woordvoerders van diverse partijen vraagtekens bij de effectiviteit van het reddingsplan en bij de beloofde kwaliteit en betrouwbaarheid van de toekomstige leiding van FC Utrecht.

9,5 miljoen euro

Wethouder Spekman erkende dat de gemeente Utrecht risico's loopt met het reddingsplan, maar volgens hem zijn die te overzien. De club failliet laten gaan kost volgens hem de gemeenschap 9,5 miljoen euro.

Dat bedrag bestaat onder meer uit schulden van de club aan de gemeente Utrecht en de kosten die gemoeid zijn met de afbouw van het gebied rond het stadion. Verder benadrukte de sportwethouder de maatschappelijke, sportieve en economische belangen van FC Utrecht voor de stad Utrecht.

Spekman wist zich tijdens het debat te verzekeren van de steun van de krapst mogelijke meerderheid in de raad, door een motie van Leefbaar Utrecht, PvdA en CDA over te nemen. Die motie vroeg hem onder meer duidelijkheid te verschaffen over de contractpartijen. De collegefracties vonden het onduidelijk met welke onderdelen van de Midreth Groep precies zaken wordt gedaan.

Garanties

Verder gaf hij met de motie meer garanties over de nieuwe structuur van de leiding van FC Utrecht en beloofde hij het reddingsplan zo aan te passen dat Utrecht geen risico loopt als blijkt dat het plan botst met Europese regels. Bovendien ging hij akkoord met een precieze definitie van het onderpand van de lening aan Midreth.

Met 23 stemmen voor van Leefbaar Utrecht, PvdA, CDA en ChristenUnie en 19 tegen van GroenLinks, SP, D66, B&G en de VVD tegen werd de motie aangenomen, waarmee de wethouder het groene licht kreeg voor de uitvoering van het reddingsplan.

Zwaar bewaakt stadhuis

Het raadsdebat vond plaats in een zwaar bewaakt stadhuis. Volgens een woordvoerder van de politie waren er 230 politiemensen ingezet, van wie ongeveer tweederde voor de directe ordehandhaving in en rond het stadhuis.

Van de verwachte duizend supporters van FC Utrecht, die het debat op het plein voor het stadhuis op een groot videoscherm konden volgen, kwamen er hooguit tweehonderd opdagen. Halverwege het debat waren de meesten al uitgewaaierd naar terrassen en cafés in het centrum van de Domstad. Incidenten deden zich niet voor.

Tip de redactie