Beachvolleybal

'Brouwer en Meeuwsen zijn nu beter dan in jaar van hun wereldtitel'

Een dal willen ze het niet noemen, maar Robert Meeuwsen en Alexander Brouwer kenden wel een 'teleurstellend seizoen' een jaar na hun wereldtitel in 2013. Aan de vooravond van het WK beachvolleybal in eigen land geloven de titelverdedigers weer dat ze van elk team kunnen winnen.

"Vorig seizoen werd niet het seizoen wat wij ervan verwacht hadden", zegt Meeuwsen in gesprek met NU.nl. "We hebben hard gewerkt aan de zaken die niet goed gingen en dit jaar spelen we het hele seizoen echt goed. We verliezen alleen nog maar van topteams."

Mede daardoor vindt bondscoach Gijs Ronnes dat zijn pupillen er beter voor staan dan in 2013 toen ze als absolute outsiders WK-goud pakten in het Poolse Stare Jablonki.

"Robert en Alexander zijn nu beter dan twee jaar geleden. Toen was het een eenmalig piekmoment, hebben ze een week hun beste spel laten zien. Nu laten ze veel constanter hun beste spel zien."

Volgens de oud-beachvolleyballer hadden Brouwer en Meeuwsen 'na de wereldtitel niet door dat ze zich nog steeds moesten verbeteren'.

"Het is niet zo ingewikkeld", stelt Ronnes. "In de voorbereiding op vorig jaar zeiden ze vaak: 'coach, maak je niet zo druk, het komt wel in orde.' Maar met dat gedrag komt het níét in orde en dus hadden ze een slecht seizoen. Daardoor kwam wel snel het besef dat er wat moest gebeuren en dus hebben ze voor dit seizoen een heel goede winter gedraaid."

Scherpte

De 27-jarige Meeuwsen kan zich niet helemaal vinden in de analyse van zijn coach dat hij en Brouwer na het WK-goud dachten dat ze niet meer beter hoefden te worden. "Maar het is ons wel opgevallen dat je voor de echte scherpte, dat kleine beetje waardoor je echt beter traint, wel flink aan de bak moet."

Mentale begeleiding heeft geholpen bij dat besef volgens Meeuwsen: "We kregen dat altijd al, maar zeker op het moment dat je richting de top gaat, draait het om kleine dingetjes. Ik denk dat juist dan mentale begeleiding je kan helpen."

​De 2,07 meter lange Utrechter geeft toe dat het lastig was om als wereldkampioen opeens altijd het beste spel van je tegenstanders tegenover je te hebben. "Iedereen is zó gebrand om tegen de wereldkampioen te spelen, omdat je dan al snel in de underdogpositie zit."

"Maar dat is tegelijkertijd ook de uitdaging en vind ik juist mooi; om vanuit de positie van favoriet wedstrijden te winnen. Ik denk dat we nu goed met die rol om kunnen gaan."

Vertrouwen

Brouwer en Meeuwsen hebben dat dit seizoen al bewezen door in de finale te staan van grote toernooien in China en Zwitserland en door begin juni in het Kroatische Porec de eindstrijd ook te winnen. Dat betekende voor de Nederlanders de eerste eindzege in een Grand Slam en de eerste grote overwinning sinds het WK.

"Dat geeft superveel vertrouwen, we hadden ons geen betere voorbereiding op het WK kunnen wensen", aldus Meeuwsen. "Die twee verloren finales waren vervelend, maar het was eigenlijk wachten totdat we een finale ook een keer gingen winnen."

Samen met Brouwer begint hij zaterdag in Rotterdam aan de groepsfase met een wedstrijd tegen de tactisch handige Oostenrijkers Alexander Huber en Robin Seidl. Daarna volgen nog pouleduels met de onbekende Chilenen Rodrigo Salinas en Matias Tobar en Paolo Nicolai en Daniele Lupo, de regerend Europees kampioenen uit Italië.

Het overleven van de groepsfase moet normaal gesproken geen probleem zijn voor de titelverdedigers, die als doelstelling hebben een podiumplek te halen. "Dit zijn de toernooien waar je het voor doet" zegt Meeuwsen. "En we hebben al laten zien dat we de beste kunnen zijn op het toernooi waar het om gaat."

Tip de redactie