Column

De mooiste ondanks alles

De Amerikanen hebben gelijk: voetbal is eigenlijk maar saai. Tóch is het de mooiste sport ter wereld. Dat weet u, dat weet ik.

Door Menno Pot

Deze week schreef ik voor het prachtige nieuwe voetbalcultuurblad Santos (het eerste nummer verschijnt op 18 november) een verhaal over cultclub New York Cosmos, die een paar jaar geleden reïncarneerde.

 Als research las ik artikelen en een boek over de club. Eén van de vele vermakelijke passages daarin ging over de redenen waarom voetbal niet bij Amerikanen past.

Hoe kan de hele wereld nou zo druk doen over in een sport waarin zo weinig gescoord wordt? Met een beetje pech zit je ruim anderhalf uur naar een wedstrijd te kijken waarin maar één punt wordt gescoord. Of nul.

Er zijn geen spelregels die garanderen dat het tempo erin blijft. Regels die doelpogingen afdwingen bestaan ook niet. Eigenlijk komt het erop neer dat je drie kwartier aan één stuk je aandacht erbij moet houden, zonder ingebouwde spektakelgarantie.

En het ergst: het risico op een gelijkspel. Een sportwedstrijd zonder winnaar; een Amerikaan kan er amper mee leven. De Amerikanen van de jaren zeventig vonden voetbal iets voor latino’s, Europeanen, communisten en mietjes - en dat is maar ietsje veranderd.

Mensenlawine

Zelf ben ik een Europeaan die wél heel erg van voetbal houdt, maar eigenlijk hebben die Amerikanen natuurlijk gewoon gelijk.

Laat de Champions League achter gesloten deuren afwerken op een kaal amateurveld zonder publiek en 'voetbal op tv' zal zo sappig en smakelijk zijn als een opgerolde krant.

Voetbal is niets zonder supporters in het stadion. Vroeger, als jongetje, keek ik naar de samenvattingen uit Spanje en wachtte ik opgewonden op de beelden van Atletico Madrid, want daar denderden de supporters achter het doel zo mooi als een mensenlawine naar voren, wanneer Atletico scoorde.

Boca Juniors-River Plate? Nooit een hele wedstrijd gekeken, maar eindeloos veel YouTube-filmpjes van de tribunes.

Als Vitesse zich plaatste voor Europees voetbal en naar Werder Bremen moest, of NAC in de UEFA Cup op bezoek mocht bij Newcastle United, hoefde ik de wedstrijd niet per se in zijn geheel te zien, maar ik schakelde wel even in om te kijken hoe het uitvak met die duizenden Nederlandse supporters in geel-zwart eruit zag.

En dan maar hopen op een doelpunt van hun club pal vóór dat uitvak. Want grote, volle uitvakken wil je zien en horen juichen. Tv-regisseurs moeten áltijd zorgen dat dat mooi in beeld komt - en goed te horen is.

Wat voetbal opwindender maakt dan alle andere sporten is de sfeer eromheen. De stadions. De fans. De kleuren. Het gezang. De massaliteit. De kroeg voor aanvang. Maar ook: de gekte, de eigendunk, de hebzucht, de verwende mastodonten die elk contact met de werkelijkheid zijn verloren, maar wel bizar veel spreektijd krijgen. Ik houd ervan. Intens.

Wekelijks ritueel

Over díe kant van het voetbal wil ik schrijven. Over de malle hoed van Depay. De debiele filmpjes van Promes. Het narcisme van Van Gaal en Mourinho. Een 'ploppende' Denswil. Een speler die De Kogel heet. De cult van Telstar. Gullit in Tsjetsjenië. Borden voor koppen. Stupide jargon. Zuur. Onnodig. Geparkeerde bus. Va banque.

Het was jarenlang een wekelijks ritueel: iets grappigs zoeken, twee passen achteruit doen, eromheen lopen, me verwonderen en de juiste manier kiezen om er de draak mee te steken. En daarna het leukste: woorden zoeken.

Liever een mislukte poging tot zo'n stukje dan een hanig, serieus voetbalinhoudelijk betoog met priemende wijsvinger. Die wil ik niet schrijven en ik hoef ze ook niet te lezen.

Zó zal ik altijd blijven kijken naar voetbal, de mooiste sport van de wereld, ondanks (en soms een beetje dankzij) alle smerigheid eromheen. Ik zal er alleen geen stukjes meer over schrijven op deze plek. Wel in Santos en vast ook wel weer eens ergens anders. Maar hier zit het erop.

Blijf voetbal kijken. En blijf er een beetje om lachen, alstublieft. Daar is namelijk alle reden toe. Bedankt voor uw aandacht.

Lees meer over:
Tip de redactie