Column

Mooiboy

Niets bewoog. Zijn rug niet. Zijn schouders niet. Zijn nek niet. Zijn hoofd niet. Zijn Captain America-kinnebak niet. Hij knipperde - voor zover ik kon zien - zelfs niet eens met zijn oogleden. 

Het was dat hij moest trappen, anders had Tom Dumoulin zondagmiddag, tijdens de slottijdrit van de Ronde van Zwitserland, door kunnen gaan voor standbeeld op twee wielen.

Een uur lang in dezelfde houding op de fiets zitten zonder met je ogen te knipperen en zonder om te vallen: daarmee kun je tot in lengte van jaren muntjes ophalen op de Dam, tussen de andere levende standbeelden, maar dat terzijde.

Het is een rare sport, dat tijdrijden. Het lijkt ergens in de verte op wielrennen, maar het heeft er niks mee te maken. Bij wielrennen probeer je zo veel mogelijk krachten te sparen, bij tijdrijden smijt je ermee vanaf de eerste meter. Bij wielrennen eet je eerst de bordjes van de anderen leeg, bij tijdrijden heb je alleen je eigen bord.

Bij wielrennen kun je winnen als je al jaren over the hill bent, als je drie nachten hebt doorgehaald met een schele rondemiss, als je blubberbenen hebt en als je manke houten poot wordt aangevreten door termieten - maar bij tijdrijden wint gewoon altijd de sterkste.

Maar vooral: bij wielrennen kun je winnen als je om te janken zo lelijk op de fiets zit; bij tijdrijden winnen alleen renners met een onberispelijke zit en de sokken opgetrokken tot exáct de juiste hoogte. (Wilt u weten hóe hoog de juiste hoogte is, raadpleeg dat het Ongeschreven Handboek Voor De Wielrenner, pagina 179, onder de alinea waarin wordt uitgelegd tot hoe veel centimeter boven de knie het pijpje van de fietsbroek mag komen.)

Mooiboys

Tijdrijden is een sport voor mooiboys en modepopjes. Voor Cancellara's en Sir Bradleys. Voor David Millars en Thomas Dekkers. Voor Didi Thuraus en Hugo Koblets (altijd een zakkammetje in zijn achterzak).

Ze zitten urenlang voor de spiegel op hun tijdritfiets, ze harsen, epileren én ladyshaven hun benen om zeker te weten dat er niet één stoppel op hun kuit zit, ze barsten in huilen uit als ze een spatje modder op hun hagelnieuwe snelpak ontwaren en ze kunnen de hele ochtend delibereren over de keuze tussen zalmroze en fuchsia overhoesjes.

Het is niet ongebruikelijk dat ze een keer of dertig van kleurkeuze veranderen, als vrouwen voor een eerste date. Zo heb ik Dumoulin voor het WK tijdrijden van afgelopen jaar amper vijf minuten vóórdat hij van start ging nog van hoesjes ("Toch maar die witte") zien wisselen. 

Vergeet resultaat. Dat is secundair. Het gaat bij tijdrijden om de esthetiek. Want als het er mooi uitziet, dan gaat het snel. En andersom: als het er lelijk uitziet, dan gaat het langzaam. (Behalve als je Chris Froome heet. Of Bert Grabsch. Of Sergei Gontchar.)

Tienkilometerschaatsen

Het summum van mooi tijdrijden is stil zitten. Het moet eruitzien alsof er niets gebeurt. Groeiend gras, maar dan op twee wielen. Als tienkilometerschaatsen - eindeloze stilstand in beweging. Daarom zijn goede tijdrijders ook zo saai om naar te kijken. Je ziet er niets aan. Het is alsof ze sporten zonder te zweten. Geen geslinger, geen gesjor aan het stuur, geen Laurens ten Dam-slijmbaard, geen Bauke Mollema-gewaggel, geen Titi Voeckler-playbekkentrek.

Stilzitten op een tijdritfiets: het is nagenoeg onmogelijk. Voor degenen die nog nooit met hartslag 200 en melkzuur in de oorlellen op zo'n martelwerktuig hebben gezeten: vergelijk het met proberen stil te zitten op de punt van een breinaald. Of op een drilboor.

Tom Dumoulin zat zondag een uur lang met een uitgestreken gezicht op zo'n drilboor. Zelfs toen hij bijna een mevrouw met een kinderwagen van het trottoir veegde, bleef hij stoïcijns doormalen. Je zag niets aan hem. Hij bewoog niet. Hij hijgde niet. Hij snotterde niet. Hij hing de tijdrijdende mooiboy uit.

Stiekem verwachtte ik dat hij na de finish zijn helm zou afzetten en een Hugo Koblet-zakkammetje uit zijn linkeroverschoentje zou toveren om zijn haar mee te fatsoeneren, maar dat was niet nodig.

Zijn haar zat uiteraard al in model. 

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NU.nl.*

Lees meer over:
Tip de redactie